Wetenschap en rekenschap - pagina 555
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
kennistheorie (WO 66)
Voor het goede begrip zij vermeld, dat Bavinck het hier heeft over revelatio
generalis Anders dan de bijzondere, bijbelse openbaring komt deze algemene
openbaring van God niet vanuit Zijn Woord maar vanuit Zijn wereld tot de mens
(al is ZIJ vaak evenals de bijbelse openbaring psychologisch en historisch „vermit-
telt", WO 19) Zo wordt ze ook wijsgeng-wetenschappelijk van belang Ze blijkt
aan de ene kant het grondgeheim te zijn van het menselijk (denk)subject en zijn
ideeën (WO 53, 57) Ze blijkt aan de andere kant het diepteperspectief te zijn van
de objectieve wereld, te weten van de natuur, de geschiedenis en de religies
(WO 144) Zie daar de relevantie van de „revelatie" Het is Gods algemene
openbaring in subject en object die de waarheid in de zin van de kentheoretische
correspondentie tussen de denk- en de zijnsvormen waarborgt (WO 66)
Bavincks ,,wijsbegeerte der openbaring" lijkt nieuw, maar ligt in feite reeds be-
sloten in zijn Gereformeerde dogmatiek Aansluitend bij de aristotelisch-scholasti-
sche leer van de ken- en zijnsbeginselen omschrijft hij daar God als zijnsgrond
(principium essendi), zijn zelfopenbaring m de Heilige Schrift als externe kengrond
(principium cognoscendi externum) en zijn verlichting door de Heilige Geest als
interne kengrond (principium cognoscendi internum) En dat niet alleen als drie
beginselen voor religie en geloof (GD I 253) of (wat mijns inziens reeds proble-
matischer te noemen is) voor de theologie (GD I 185) Neen, alle wetenschappe-
lijke kennis steunt zijns inziens op de genoemde beginselen God is het zijnsbe-
ginsel ook van de wetenschap, en Hij openbaart zich aan de wetenschap (')
uitwendig door het „leesboek" van de omringende wereld en inwendig door het
licht van de „ratio die, zelf uit den Logos afkomstig, den Logos in de dingen
ontdekt " En dus kan hij reeds in de Gereformeerde dogmatiek concluderen „Er
moet correspondentie, verwantschap zijn tusschen subject en object" (GD I 207)
Kortom, Bavincks ,,wijsbegeerte der openbaring" blijkt bij vergelijking met zijn
dogmatiek een gemoderniseerde Logos-leer (WO 23)
Het IS, het zij ten overvloede opgemerkt, geen bijbelse maar een metafysische
Logos-leer Bavinck heeft de idee van revelatio generalis opgediept uit de calvini-
stische theologie en haar vervolgens niet betrokken (zoals de revelatio specialis) op
het geloof maar op het wijsgerig-wetenschappelijk denken „Hoe dieper de we-
tenschap graaft des te beter ziet zij openbaring als het fundament onder alle
schepselen uitgebreid" (WO 28) Het mag dan ook niet verbazen, dat Bavincks
wijsbegeerte „bewijzen voor de realiteit der openbaring" wil aanreiken (WO 144)
Ja, het lijkt er meermaals op, dat Bavincks wijsbegeerte met haar algemeen
openbaringsbegrip een wetenschappelijke „onderbouw" wil bieden voor de bij-
zondere openbaring en het christelijk geloof, geheel in de geest van het scholas-
tieke supranaturalisme '*
Aan de andere kant mag niet vergeten worden, dat dezelfde Bavinck zich elders
met kracht tegen een dergelijk supranaturalisme verzet, een afzonderlijke theolo-
gia naturalis onmogelijk acht (GD I 272-295), de wetenschappelijke rede ten
overstaan van Gods openbaring onbevoegd verklaart en nadrukkelijk stelt, dat
549
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's