Wetenschap en rekenschap - pagina 557
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
Bavinck in feite de mens niet meer als een rationeel doch als een religieus wezen en
wil hij kennelijk in het voetspoor van Kuyper „in den mensch tot die centrale
eenheid teruggaan, die aan de differentiatie zijner faculteiten ten grondslag ligt en
die in de Heihge Schrift meermalen als het hart wordt aangeduid" Hier ligt het
„centrum van den mensch", dat tevens het „centrale punt voor de religie" is, waar
de mens in het seinen religionis of de sensus divinitatis (Calvijn) door God wordt
aangeraakt, herboren en gekend (VO 14) Daarom stuit de empirische psychologie
in de mens uiteindelijk ook op een grens, een geheim God alleen kent de schuil-
hoeken van het hart, de verborgen diepten van de menselijke persoonlijkheid
Zulke opvattingen zijn echter incidenteel, niet karakteristiek voor Bavincks
mensbeschouwing '^
Pos tussen filologie en filosofie
Tot de periode van wijsgerige verkenning aan de V U zou men ook nog kunnen
rekenen het optreden van Pos In 1924 werd H J Pos (1898-1955) aan de Vrije
Universiteit benoemd als hoogleraar in de algemene taalwetenschap en klassieke
filologie Verkennend was zijn optreden, omdat hij evenals zijn voorganger
J Woltjer zonder een uitgesproken wijsgerige leeropdracht toch telkens vanuit de
filologie langs allerlei wegen doordrong op wijsgerig terrein Tot een systematische
afsluiting van zijn gedachten kwam hij niet, zeker niet gedurende het achttal jaren
dat hij aan de V U verbonden was
Pos was een vroegrijpe geest Hij had oude talen gestudeerd aan de V U , linguïs-
tiek en wijsbegeerte te Heidelberg, Freiburg i B en Parijs Hij promoveerde in
1921 bij de neokantiaan Heinnch Rickert te Heidelberg en in 1923 aan de V U bij
R H Woltjer (zoon van de eerder genoemde Woltjer), die zich zijnerzijds verdiept
had in de Griekse filologie en filosofie Zur Logik der Sprachwissenschaft zo luidde
Pos' eerste proefschrift Hierin probeerde hij de taalwetenschap kennistheoretisch
te funderen in nauwe aansluiting bij het Heidelbergse neokantianisme
Dit was geen geringe opgave' Rickerts scherpe onderscheidingen van fysische en
psychische realiteit, van natuur- en cultuurwetenschappen, van zijn en gelding en
wat dies meer zij, heten zich moeilijk doorvoeren ten aanzien van het weerbarstig
fenomeen van de taal Pos wilde de taalwetenschap invoegen in het systeem van de
cultuurwetenschappen (LS 5), maar had de grootste moeite om de taal enerzijds
(als rijkdom aan klanken) toe te ordenen aan het gebied van het werkelijke zijn,
anderzijds (als schat aan betekenissen) te betrekken op het gebied van het
niet-werkehjke, tijdloze gelden Hield, gelet op de taal, het woord zich niet ergens
op in het midden tussen gegeven geluidsmatenaal en geldende betekenis (LS 64)''
En wat IS de status van de taalwetenschap'' In de lijn van Rickert trachtte Pos aan
de ene kant aan te tonen, dat de traditionele, formele logica ontoereikend is voor
de verschillende \vetenschapsgebieden, nader, dat de begrippen en methoden van
de verschillende wetenschappen, ook die van de taalwetenschap, zijn toegesneden
551
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's