Wetenschap en rekenschap - pagina 421
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
ECONOMIE OP WEG
moeten worden om de gewenste eindprodukten op de markt te krijgen De waar-
den van deze produktieve diensten worden simultaan bepaald met de waarden
van de eindprodukten doordat de waarden van deze produktieve diensten weer
afhankelijk zijn van de waarden van de eindprodukten, die er mee zijn voortge-
bracht
Deze lijn is uitgewerkt door Marshall in zijn Principles of Economics (1890) Hij
brengt een synthese aan tussen de klassieke produktiekostentheone en de theorie
van de subjectieve waarde
Om deze synthese te verduidelijken gebruikt Marshall het beeld van de schaar
„We might as reasonably dispute whether it is the upper or the underblade of a
pair of scissors which cuts the piece of paper as whether value is governed by utility
or cost of production""
Hierbij moet echter duidelijk worden gesteld dat in de neo-klassieke leer er een
totale interdependentie is tussen de vraag (nut) en het aanbod (produktiekosten)
Want ook de bestanddelen van de kosten worden bepaald door een interactie van
kosten en nuttigheden
Het resultaat dat Marshall biedt is een volledige geïntegreerde theorie van de
gebruiks- en van de ruilwaarde, waarbij voor beide waardebepalingen dezelfde
criteria en dezelfde analyse-technieken kunnen worden gebruikt
Uitgaande van
— de veronderstelling van nutsmaximalisatie door de consument (dat is de
vraagzijde)
— de veronderstelling van winstmaximering door de producent (dat is het aan-
bod)
formuleert Marshall twee onafhankelijke theorieën, te weten^"
a een theorie van de vraag gebaseerd op de analyse van het grensnut
b een produktietheone op basis van de analyse van het grensprodukt
In tegenstelling tot Walras, wiens model geen enkele relatie heeft met de dagelijkse
beslissingen van de mensen in de werkelijkheid, haalt Marshall de herkenbare
vrager en aanbieder naar voren Zijn partiele analyse stelt hem in staat de pnjs op
een bepaalde markt te bestuderen door alle andere markten constant te houden,
waardoor de aandacht kan worden gericht op het gedrag van een individuele
onderneming of een individuele consument
Men kan de neo-klassieke leer, zoals die door Marshall is ontworpen en waarop
door latere generaties is voortgebouwd, in de volgende punten samenvatten
— de neo-klassieke waardeleer keert zich af van de klassieke belangstelling voor
het macro-economische probleem van de verdeling van de geproduceerde
waarde over de samenwerkende produktiefactoren,
— de neo-klassieke leer richt zich op de analyse van de prijzen zoals die op den
duur in een evenwichtssituatie zullen zijn,
— in deze micro-economische theorie (waarbij dus het nationaal inkomen geen
bepalende factor is) behoort een analyse van het gedrag van de consument en
een analyse van de kostenfuncties,
415
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's