Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 43
kijken naar de resten van tempels en naar al die mooie rijen
eiken die de Duitsers daar hebben geplant aan het eind van
de vorige eeuw om het moeras dat er was weg te krijgen,
toen wees iemand mij erop, dat het terrein stampvol heeft
gestaan met gebouwen en beelden, zodat je nooit de
vergezichten zag die wij nu zo bewonderen.
Dan is er nog één punt in de klassieken, waarover ik te
weinig heb gezegd: de dóórwerking der klassieken. Ik vind
het namelijk zo interessant om te zien hoe in verschillende
eeuwen auteurs de klassieke gegevens op verschillende
manieren hebben benut. Ze waren soms erg in de ban van
wat zij klassieke normen waanden, en hebben toch een
eigen manier gevonden om het klassieke gegeven te gebrui-
ken.
Ik heb indertijd met opzet mijn inaugurele rede. Van
Sophocles tot Clans, gewijd aan de behandeling van het
thema van koning Oedipus, en heb daar laten zien hoe na
Sophocles en Seneca auteurs als Corneille, Voltaire, An-
dre Gide en Hugo Claus met die stof zijn omgesprongen.
Met opzet heb ik dat toen gedaan omdat ik ook die
inaugurele rede begrijpelijk wilde laten zijn voor het
publiek in de zaal. Begrijpelijkheid vind ik voor een
spreker erg belangrijk, en je merkt ook bijvoorbeeld bij de
antieke redenaars hoe ze daarnaar gestreefd hebben.
Dit dan als afsluiting van je v r a a g . . . . "
Hoe ziet u de betekenis van de beide Woltjers
voor de Vrije Universiteit?
„Voor Jan Woltjer (1849- 1917) heb ik de grootste bewon-
dering. Ik heb, denk ik, langzamerhand van al zijn rede-
voeringen en zo, die in druk zijn verschenen, overdrukjes,
en de meeste heb ik ook gelezen. Daarnaast zijn proef-
schrift uit 1877 te Groningen, Lucretii philosophia cum
fontibus comparata, dat in 1950 nog in een groot commen-
taar op Lucretius met eerbied wordt genoemd. Hij was een
scherpzinnig man, en wat ik vooral in hem bewonder zijn
twee dingen: hij heeft ervoor gezorgd dat de studie klassie-
ke talen aan de V.U. tussen 1880 en 1917 direct op hoog
peil stond, zodat de eerste studenten van de V.U., als ik het
goed heb, bijna automatisch hun doctoraal aan de Univer-
siteit van Amsterdam konden krijgen, wat toen nog van-
wege de effectus civilis nodig was. En de proefschriften die
onder zijn leiding verschenen gaan over een scala van
onderwerpen en zijn meestal goed.
39
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's