Wetenschap en rekenschap - pagina 256
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C C JONKER
noties'' J B Ubbink (II, p 228) zegt het zó „In het feit, dat de natuurwetenschap
bestaat ligt wel een verwijzing naar mens en menselijk handelen, maar geen
verwijzing naar God Qua inhoud verwijst zij noch naar mens noch naar God, qua
existentie wel naar de mens maar niet naar God De natuurwetenschap biedt geen
steun aan, maar vormt ook geen belemmering voor het geloof' Deze argumen-
tatie gaat nu juist mank aan hetgeen de commissie wilde bepleiten, nl het na-
tuurwetenschappelijk wereldbeeld is niet het beeld van de gehele werkelijkheid
Hier wordt echter vanuit de natuurwetenschap gesproken Ligt de zaak met pre-
cies andersom'' God is eerst en maakt de wetenschappen mogelijk, de theologie en
de natuurwetenschap Beide zijn als menselijke activiteit te bedrijven door de wijze
waarop Hij de mens en de werkelijkheid schiep Natuurwetenschap en geloof
blijven ondanks het wederzijds begrip van natuuronderzoekers en theologen een
onverenigbare tweeheid, die het b v aan Dippel" onmogelijk maakt om van
„christelijke wetenschap" te spreken Het verschil tussen natuurwetenschap en
geloof wordt geaccentueerd omdat deze beide onvergelijkbaar zijn, hetgeen niet
het geval is als men natuurwetenschap met de wetenschap theologie vergelijkt
De verdienste van deze studies is dat de volle nadruk valt op de invloed die het
natuurwetenschappelijk wereldbeeld, ontstaan in een positivistisch georiënteerde
wetenschap, op de mensen, in en buiten de kerk, heeft De theoretische en acade-
mische afwijzing van het positivisme en het logisch empirisme, zoals dat herhaal-
delijk door de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen, bij monde van
haar docenten is gedaan, verhindert niet dat deze filosofische stelsels hun invloed
blijven uitoefenen
3 4 2 De doelstelling van de Universiteit
In de voorafgaande paragraaf bleek reeds, dat er in de heroriëntatie t o v de
levensbeschouwing een sterke tendens optreedt om het gemeenschappelijk chris-
telijk geloof meer te beleven in het handelen dan in de christelijke leer, zoals die
wordt omschreven in haar leerstellingen Deze overgang van ontologische naar
functionele denkwijze past in de seiularisatie gedachte
Als in 1968 een congres gehouden wordt over de toekomst van de V U komt
dezelfde tendentie duidelijk naar voren W F de Gaay Fortman en J Lever con-
stateren „dat de vroeger gekoesterde idealen van een specifieke chnstianisenng
van de wetenschap of van het ontwerpen van een aparte christelijke wetenschap
met een sterk isolerend karakter de huidige generaties van docenten, stafieden en
studenten met of vrijwel met meer aanspreken" Om het eigen karakter der V U te
behouden bevelen zij aan dat zij zich openstelt , voor de grote problemen in de
wereld en zich daarbij functioneel invoegt in het wereldchnstendom" Als voor-
beelden van de grote problemen worden dan genoemd de ethische problemen,
die met de techniek te maken hebben en de onderwijsproblemen van de ontwik-
kelingslanden Over het onderzoek naar de filosofische grondslagen van alle
wetenschapsbeoefening spreken zij niet
In de jaren zeventig ervaart de universitaire gemeenschap al sterker de verande-
252
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's