Wetenschap en rekenschap - pagina 123
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE J U R I D I S C H E FACULTEIT (1880-1980)
legde graag uit — was er toch beducht voor te „versimpelen". De Manches-
ter-school wist dat zij het eigenbelang niet als enig motief mocht erkennen; hij gaf
het toe. Economen uit de historische school wensten niet met moraal en zedelijk-
heid te breken; hij had er oog voor. Hem trok een menselijke, zichzelf niet
overspannende, redelijk begrijpelijke, bij de rechtstaal aanknopende economische
beschouwing. Wie verwacht dat hij de sociologische school met haar aandacht
voor de reële instituten kon waarderen, vergist zich. Hij vond de sociologie te
ongrijpbaar en te opdringerig. Louter leerstellige opbouw, enkel een behartiging
van de lessen der ervaring, der empirie, verwierp hij. En als hij dan in zijn latere
jaren met een deskundig opgezette economie, met indifferentiecurven, multiplier
en splinterig uitgewerkte prijstheorieën wordt geconfronteerd, dan lucht hij zijn
spot, wellicht spijtig, omdat dat hij geen substantiëler verweer kon bieden.
Er is één opvatting waarmede hij nooit heeft willen schipperen. Al wijdde hij enige
aandacht aan het nationaal-socialisme, dat hij uiteraard afwees, het socialisme
oftewel het marxisme heeft hij steeds, en met aanvoering van overvloedig zijn
verzet stavend materiaal bestreden. Hij neemt de door hem bestreden overtuiging
op haar woorden zowel als op haar daden. Vertrekpunt voor zijn betoog is Marx'
betuiging uit 1859 „ het is niet het bewustzijn der mensen dat hun maatschappelijk
zijn bepaalt maar juist omgekeerd hun maatschappelijk zijn dat hun bewustzijn
bepaalt". Hij besteedt niet zoveel aandacht aan de zuiver economische leerstel-
lingen zoals de meerwaardetheorie. Geheel anders wordt over de verhouding
tussen het socialisme en de religie breed gesproken. Dat Marx atheïst was, lijdt
geen twijfel. Dat er in diens historisch materialistische gedachtengang voor God
anders dan als gedachtenspinsel van de mens geen plaats was evenmin. Volstrekt
geen lucht brengt de oplossing dat reUgie „Privatsache" zou wezen want het echte
socialisme benut tegelijk de wetenschap om de godsdienst te vernietigen. Voor
velen is trouwens het socialisme zelf al godsdienst geworden. Telkens duikt vanuit
het socialisme het revolutiestreven op. De leer van de klassenstrijd vergiftigt het
leven. Tegen een gevaarlijke uitbreiding der overheidsmacht die bij socialisatie der
productiemiddelen dreigt, zijn geen remmen aanwezig en zelfs een euvel als de
bureaucratie is onbedwingbaar.
De opbouw van het eigen economisch stelsel is bij Diepenhorst eenvoudig, die zich
eigenlijk het best in de oude Duitse staatswetenschap, ook al was de staat bij hem
niet alomvattend, zou hebben thuisgevoeld vanwege haar veelkleurigheid. Niet te
veel theorie. Bij voorkeur een leggen van relaties tussen de economie en het leven
van de dag, zó dat over datgene wat met betrekking tot arbeid, eigendom, onder-
neming, landbouw speelt in het economisch-juridisch verkeer, breder kan behan-
deld vanuit een Christelijke overtuiging. Terecht is op het anthropocentrische in
zijn werk gewezen. Hij bemiddelt graag. Het gaat hem goed af om terzake van de
arbeid zijn geestverwanten met hun natuurlijke argwaan tegenover de staat er van
te overtuigen, dat stevige uitbreiding der overheidsbemoeienis op het stuk van
arbeids- en verzekeringswetgeving gewenst is. Van het boek over De eigendom
werd 46 jaar na de verschijning door de hoogleraar P. de Haan verklaard dat hij
119
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's