Wetenschap en rekenschap - pagina 310
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J R VAN DE FLIERT
ernstig rekening moeten houden. En zij niet alleen: ook voor de petroloog openen
zich geheel nieuwe perspectieven.
Maar behalve met de verandering van geografische positie van delen van de
aardkorst hebben we — zij het ook niet los daarvan — te maken met de tektonische
structurering in het optreden van breuken en plooien doordat delen van de korst
uit elkaar getrokken worden, öp en/of langs elkaar schuiven.
Het verworven inzicht in de grote differentiële mobiliteit van de aardkorst met
name in richtingen tangentieel aan het aardoppervlak zal ook ingrijpende gevol-
gen hebben voor de tektonische geologie en de historisch geologische reconstructie
van de bewegingen die de huidige tektonische structuren hebben veroorzaakt. Een
laatste aspect dat genoemd zou mogen worden, naast misschien vele andere, die in
dit verband genoemd zouden kunnen worden, betreft perspectieven die in de
moderne plaattektoniek geopend zijn voor een veel grotere rol dan eerder ver-
moed van zogenaamde eustatische zeespiegelbewegingen. Daaronder worden
verstaan wereldwijde zeespiegelrijzingen of dalingen waarvoor tot voor kort ei-
genlijk maar één duidelijke oorzaak kon worden aangewezen, namelijk de wisse-
lingen in omvang van de ijskappen rond de poolgebieden, die in ijstijden tot
wereldwijde verlaging van de zeespiegel in de orde van vele tientallen tot meer dan
150 meter aanleiding hebben gegeven. Bij de relatief snel verlopende processen
van oceanische korst- en oceanische rugvorming op wereldschaal is het zeer
aannemelijk geworden dat in relatief korte tijd óók veranderingen in gemiddelde
diepte van de oceanen ten opzichte van de gemiddelde hoogte van de continenten
kunnen ontstaan waaraan eustatische zeespiegelbewegingen inherent zijn.
Hierdoor en door het optreden van geheel verschillende paleo-oceanografische
situaties (andere verdeling van land en zee en wat daarmee samenhangt) in het
geologisch verleden, krijgen gedachten in de richting van een „Pulse of the Earth"
(J.H.F. Umbgrove), een „Stilleniaanse" fasenleer (H. Stille) en in de jongste tijd
een „neo-katastrofistische geologie" (niet te verwarren met bepaalde fundamen-
talistische pseudo-wetenschap) nieuwe impulsen.
Daarmee is een schets gegeven van ontwikkelingen waarmee de geologie de laatste
20 jaar te maken heeft gehad en waarmee de Vrije Universiteit in het weten-
schappelijk onderwijs, maar geleidelijk ook meer en meer in het wetenschappelijk
onderzoek geconfronteerd is. Zij zullen in de wetenschapsbeoefening uiteraard
allereerst het geologisch denkkader meer en meer gaan beheersen, maar zullen
waarschijnlijk ook voor de. fysische geografie zoals die aan de Vrije Universiteit
beoefend wordt (laaglandgenese en geografische hydrologie) niet zonder beteke-
nis blijven.
Zo was dan ook het wetenschappelijk geologisch kader waarbinnen in de op-
bouwfase gewerkt moest worden alles behalve stabiel en onderging waarschijnlijk
de meest ingrijpende veranderingen van deze eeuw, zij het tegelijkertijd misschien
ook wel de meest boeiende.
304
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's