Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 265
voor de maatschappijwetenschappen, maakt de sociaal-
wetenschappelijke onderzoeker zelf steeds min of meer
deel uit van zijn eigen object, wat z'n bijzondere conse-
quenties heeft in elke onderzoeksituatie. De zogenaamde
onbevangen, waardevrije benadering van het object wordt
daardoor uitermate dubieus!
Ik zou dan nog verder kunnen opmerken dat er over de
resultaten van de sociale wetenschappen nogal eens
schamper wordt gesproken. Het is zeker ook niet indruk-
wekkend wat er bereikt is, als men tenminste de resultaten
afmeet aan de maatstaf van het natuurwetenschappelijk
wetenschapsideaal. De natuurwetenschappen zijn, meen
ik toch te mogen zeggen, primair ingesteld op het verklaren
en beheersen van de natuur; een equivalente benadering
van de maatschappijwetenschappen draagt zeer bepaald
risico's in zich; beheersing van de maatschappij door
middel van de resultaten van de sociale wetenschappen zie
ik zelf als een uitermate griezelige z a a k . . . . "
De Bruijne: „Zéér griezelig. . . . "
Kouwenhoven: „En daar mag je nog aan toevoegen: dat in
de praktijk gelukkig voortdurend blijkt dat de samenle-
ving zich op deze manier niet laat beheersen.
Ten slotte zou ik dan in dit verband nog willen opmerken
dat ook hier blijkt hoe de legitimiteit van een wetenschap
of van een groep van wetenschappen zeer afhankelijk is
van een levens-, wereld- of maatschappijbeschouwelijke
keuze."
De Bruijne: „Ja, omdat sociaal-wetenschappelijk onder-
zoek niet meer en niet minder laat zien dan bepaalde
mogelijkheden; als je dat wilt bereiken, lijkt het het beste
om dit te doen. Met andere woorden, het type onderzoek,
zoals dat in de maatschappijwetenschappen wordt ver-
richt, biedt keuzemogelijkheden voor een beleid voor de
overheid."
Kouwenhoven: „Ook hieruit blijkt de verantwoordelijk-
heid van de sociale onderzoeker."
De Bruijne: „Ja, van de sociaal-wetenschappelijke onder-
zoeker én van de sociaal-wetenschappelijke instellingen.'"
Kouwenhoven: „Ja."
De Bruijne: „Dan komt de vraag dus naar voren: wat zijn
de vooronderstellingen van waaruit in die instellingen
gewerkt wordt, en ook: wat is het oogmerk, het doel van
het werk dat daar verricht wordt.. . . ? "
Kouwenhoven: ,,Ik zou het toch wel aardig vinden je daar
iets uitvoeriger over te horen."
261
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's