Wetenschap en rekenschap - pagina 282
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J LEVER/L VLIJM
model zou kunnen fungeren in het moleculair-genetische onderzoek om een
aantal basale vragen (DNA-replicatie, genexpressie, regulatie) aan te vatten. Zo
wordt aan de volgende vraagstellingen gewerkt: Hoe vermenigvuldigt (repliceert)
het plasmied-DNA zich, en op welke wijze wordt dit gereguleerd? Welke
gen-producten worden door zo'n DNA-molecuul gecodeerd en welke functie
hebben zij? Wat is de genetische organisatie van het plasmied en hoe is deze op het
molecuul gerangschikt? Men zie hiervoor Kool, Veltkamp, Andreoli, en, betref-
fende een ander plasmied. Van Embden. Opgemerkt dient te worden dat zich in dit
onderzoeksveld een aantal belangrijke ontwikkelingen heeft voorgedaan. Zo
kan gewezen worden op nieuw ontwikkelde technieken waarbij het onder ge-
bruikmaking van bepaalde enzymen (restrictie-endonucleasen) mogelijk bleek het
DNA-molecuul in specifieke fragmenten te „knippen". Deze fragmenten kunnen
vervolgens aan soortvreemd DNA gekoppeld worden en het zo ontstane recom-
binant-DNA kan weer in een bacteriecel worden teruggebracht. Het unieke van
dit proces is dat op deze wijze buiten de levende cel (in vitro) genetische informatie
van in principe elk organisme aan elkaar gekoppeld kan worden. Hierbij nu wordt
zeer vaak van plasmied-DNA, als drager-molecuul gebruik gemaakt: daardoor is
het plasmiedonderzoek sterk in de belangstelling komen te staan en heeft het
onderzoek van de projectgroep een sterke progressie doorgemaakt, met name op
het gebied van het mechanisme en de regulatie van het vermenigvuldigingsproces
en de genetische organisatie.
Naast het werk van genoemde projectgroep is, mede in het kader van het ontstaan
van de vakgroep, nieuw onderzoek ter hand genomen. Weliswaar zijn de Proka-
ryoten decennia lang de favorieten van moleculair-genetisch onderzoek geweest,
maar toch heeft onderzoek daaraan ook duidelijke beperkingen. Wie genetisch
onderzoek wil verrichten in verband met de differentiatie van cellen zal Euka-
ryotische organismen in zijn werk dienen te betrekken. Hierbij spelen niet slechts
wetenschappelijke motieven een rol, alsmede de behoefte om studenten met een
hoofdvak in de genetica breder op te leiden, doch er zijn ook maatschappelijke
belangen in het spel.
Enerzijds is het voordeel van het werken met hogere planten mogelijk geworden
door ontwikkelingen ondermeer van cel- en weefselkweek, protoplasmering, so-
matische celhybridisatie en het vervaardigen van haploïde vormen, anderzijds is
duidelijk dat planten niet slechts als bron van voedsel en als siergewassen maar
ook als producenten van belangrijke farmaceutische producten fungeren. Uiter-
aard is, ten behoeve van de productieverbetering, de klassieke genetica van vele
plantensoorten hoog ontwikkeld. De beperkingen zijn echter duidelijk: het is bv.
niet wel mogelijk naar believen verschillende soorten te kruisen. Door toepassing
van bepaalde methoden, die uit de moleculaire genetica afkomstig zijn, zoals
overdracht van genetisch materiaal of somatische hybridisatie zijn nieuwe en
veelbelovende perspectieven ontstaan. Het thema van het onderzoek richt zich op
de chloroplastbiogenese van celcultures (in vitro) van Petunia hybrida. Chloro-
plasten, van belang door hun bijdrage in het omzetten van zonne-energie in
278
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's