Wetenschap en rekenschap - pagina 250
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C C JONKER
publicaties tegen deze opvattingen geopponeerd door te laten zien welke natuur-
filosofische vragen om antwoorden vroegen." De onderwerpen, die aan de orde
komen zijn dan: determinisme, causaliteit en waarschijnlijkheid, natuurweten-
schap en religie, het positivisme en zijn kentheorie, fysica en werkelijkheid, het
conventionalisme, en de epistemologie van Eddington. In al deze geschriften gaat
hij impliciet uit van de beginselen, geformuleerd door J. Woltjer (zie 3.1.). De
meeste van deze publicaties werden uitvoerig besproken in de vergaderingen van
de Christelijke Vereniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland. Hierin
kwamen de moeilijkheden met het wereldbeeld, zoals dat ook werd beïnvloed
door de sterrenkunde, de geologie, en de evolutietheorie voortdurend aan de orde.
Uit de discussies blijkt, dat er een gespannen verhouding is met de gereformeerde
theologen, die het feiten-materiaal onvoldoende serieus nemen. Als men de be-
sprekingen, die in extenso zijn opgenomen bij de genoemde publicaties doorleest,
blijkt er een grote verwarring te bestaan, omdat de deelnemers aan de discussie tot
elk van de drie groepen, genoemd in 3.1., behoorden.
Behalve de discussies in deze Christelijke Vereniging, werden ook besprekingen
gehouden met de studenten, verenigd in de Natuurfilosofische Faculteitsvereni-
ging aan de V.U. of in S.S.R. De VU-studenten kwamen ook in aanraking met de
in de jaren dertig ontwikkelde principieel Calvinistische filosofie van Vollenhoven
en Dooyeweerd. Alle eerstejaars-studenten waren reglementair verplicht de col-
leges over de inleiding in de wijsbegeerte te volgen. In deze later als Wijsbegeerte
der Wetsidee bekend geworden filosofie, wordt de christelijke wetenschap als
Gods opdracht centraal gesteld. De weerklank van deze colleges was bij de stu-
denten, die meestal van de H.B.S. kwamen, niet groot door de moeilijk toeganke-
lijke stof, behandeld voor nog zeer onervaren studiosi.
Overzien we de toestand omstreeks 1940, dan blijkt de aanpak van de nieuwe
faculteit te zijn gelukt. De docenten en studenten hebben vrijheid van denken en
werken. Zij worden door de achterban herkend als mede-christenen. Er is een
begin gemaakt met de oriëntering op het gebied van de natuurfilosofie. Er ontbrak
echter nog de noodzakelijke bijdrage, die de geschiedenis van de natuurweten-
schappen kan geven over de confrontatie tussen de resultaten van de natuurwe-
tenschappen en de bijbelse wereldbeschouwing. De Reformatie heeft hierop ge-
heel anders gereageerd dan de meer traditionele Rooms-katholieke Kerk. De
Protestantse geleerden hebben zich achter het nieuwe wereldbeeld van Copernicus
en Gallilei geplaatst. De bijbelteksten, die uitdrukkelijk over de dagelijkse bewe-
ging van de zon spreken, waren voor hen geen belemmering voor de opvatting, dat
deze beweging veroorzaakt wordt door de draaiing van de aarde om haar as. Het
historisch onderzoek naar de verhouding van wetenschap en reformatie en naar de
mening van reformatorische natuurkundigen als Pascal, Boyle en Newton, kan een
verheldering van inzicht geven over de verhouding van wereldbeeld en bijbels
geloof
246
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's