Wetenschap en rekenschap - pagina 150
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
I A DIEPENHORST
Zijn leerling A. van Doorn (1924) heeft Van der Kooy's arbeid voortgezet naar de
geest op dezelfde, naar de uitwerking op een andere manier. Hij studeerde in
Rotterdam, promoveerde op het onderwerp Axiologie en economie aan de Vrije
Universiteit in 1960, werkte in het bedrijfsleven en was van 1968 tot 1971 hoogle-
raar in de economie te Rotterdam. In dat jaar ging hij als ordinarius voor de
economie over naar de Vrije Universiteit, zijn leerstoel bezettend met een rede
over Paradijs en economie. Met ludiek vernuft zich op een breed terrein bewegend
— hij is een der weinig overgebleven generalisten — drukte hij niet enkel zijn wat
recalcitrante leerlingen maar ook zijn medebeoefenaren der economie als het ware
op de feiten. Het geschiedt intussen met door grote belezenheid versterkte inventie
en een goed ontwikkeld „Fingerspitzengefühl" voor de realiteit. In toenemende
mate begeeft Van Doorn zich op het oorlogspad, want wetend wat het is om
zichzelf een weg te banen, is hij bij alle vrolijkheid bezorgd over de huidige, zo
sterk bevoogdende maatschappij en over de voortwoekerende invloed zowel van
de staat als van de sociaal-economische belangenorganisaties. Tegelijk behoedt
zijn zelfkritiek hem voor lichtvaardige beweringen. Eén en ander verrast omdat
Van Doorn zoals geen ander gesteld is op goede menselijke verhoudingen en zich
steeds als tot het uiterste hulpvaardig en inschikkelijk in de dagelijkse omvang laat
kennen.
Na Donners vertrek heeft L.W.G. Scholten (1898-1968) van 1958 tot zijn overlij-
den het onderwijs in het Nederlands staatsrecht, het vergelijkend staatsrecht en de
algemene staatsleer gegeven. Hij was in Utrecht, waar hij rechtsfilosofie had
gestudeerd, in 1948 gepromoveerd op Thorbecke en de vrijheid van onderwijs. Op
60-jarige leeftijd de benoeming aan de Vrije Universiteit aanvaardend, had hij
voordien het kweekschoolonderwijs gediend en voor christelijke politiek zich
geweerd. Van 1948 dateert zijn benoeming te Leiden tot bijzonder hoogleraar in
de Parlementaire Geschiedenis. De inaugurele oratie handelde over Het Beginsel
van de Grondwetherziening van 1848 en hij was dermate op deze Leidse positie
gesteld dat hij haar bestendiging in 1958 als voorwaarde tot zijn aanvaarding van
de Amsterdamse leerstoel stelde. Van 1956 tot 1958 maakte hij deel uit van de
Tweede Kamer, naar het voorkomt niet met bijster veel genoegen. Meer bevre-
digden hem het lidmaatschap, later het voorzitterschap van de Radioraad, een
docerende functie aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda en het lid-
maatschap van de Onderwijsraad. In 1946 begonnen met een wekelijkse radioru-
briek De vaart der volken heeft hij de volksvoorlichting op een hoog peil gebracht
gedurende een reeks vanjaren zeer verzorgde voordrachten houdend. Het pro-
fessoraat aan de Vrije Universiteit is door hem, inaugurerend over Het Koning-
schap onder Wilhelmina nauwgezet vervuld. Hij gaf zich niet gemakkelijk, behalve
in de kring van zijn gezin, voelde zich in zijn carrière iets achteruitgeschoven, met
name door de Anti-revolutionaire partijleiding, waarbij hij voor de door hem
bewonderde Colijn een uitzondering maakte. Het leek wel alsof een gebrek aan
zelfvertrouwen hem af en toe wat wrang in zijn optreden maakte. Zijn zelfstan-
146
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's