Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 342
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
het Goddank! soms wel voel wat het is: blijde te zijn in God, toch om het
altijd te zijn schijnt mij zoo ver af' (9-4-81).
Ze gaat als het ware naast hem staan en probeert hem op alle mogelijke
manierenhop te beuren. In de eerste plaats natuurlijk met verwijzing naar
de bijbelse beloften: „Maar hoe het ook zij, een ding is toch zeker wat de
menschen ook mogen beweren en of zij u al (als ze er iets van merken
mochten) zwartgallig noemen, Schreijen, tobben, zuchten, is toch een
roepen tot God en dus gebed en brengt u dus verder al ware het maar in het
gevoel van hulploosheid en onvermogen. Dan zou ik, als een klimop, mij
vast willen klemmen het is alsof de grond u begeeft onder de voeten, ge
voelt u eenzaam en verlaten en een vreemdeling, totdat de Heer u het een
of ander woord uit de Schrift indachtig maakt en u daarmee troost bv.
„mijne genade is u genoeg, want mijne kracht wordt in zwakheid vol-
bragt" ".16 (17-2-81).
Juhus laat zich niet zo makkelijk overtuigen: „Meent ge werkelijk dat
klagen en tobben een gebed tot God is, het zij zoo; maar in Ps CIX meen ik
staat: „laat hun gebed tot zonde worden." O Lijsje ik geloof soms dat mijn
tobben althans, groote zonde is, is het niet een onverdiende genade Gods
op mijn schuldig hoofd, dat ik nietswaardige doeniet, een enkelen stompen
Madoerees, mag spreken van Hem die voor ons op aarde kwam, en als ik
tob en klaag bij u en bij allen misschien, dan is het alleen omdat ik tracht
niet te hegen, maar ik vrees dat ik al klagend toch weer lieg. Een gebed! 't
mag bij u een gebed zijn, bij mij is het omdat ik niet bidden kan. Ik vind
zeer zeker met u de Bijbel vertroostend en lees er soms recht gaarne in.
Maar bruidje, moogt gij een tekst, aan Paulus speciaal gericht woord:
„mijne genade is u genoeg" maar zoo op u toepassen? Kind, Kind! ik zou
lust hebben om je den Bijbel eens te leeren lezen. Hoe miserabel ik ook zijn
mag, ik zal me toch niet vermeten, mijne beproevingen met die van Paulus
te vergelijken. En als Paulus daarmee kon tevreden zijn. God weet wel dat
ik zwakke stumper meer tastbare bewijzen nodig heb. . . als ik mij moet
toetsen aan de apostelen ach Lijsje! — Er zijn dingen die zelfs te gewaagd
zijn om te schrijven" (1-4-81).
Elisabeth laat zich haar geloof niet afnemen: „En nu nog even over uwe
zinsnede ten gevolge van mijne aanhaüng van 2 Cor.XII:9 en dan moet ik
eindigen, het is al meer dan tijd. Hoor eens, het kan zijn dat ge gelijk hebt,
maar het zou mij vreesselijk in de war en ongelukkig maken, nogtans als
het zoo is dan hoop ik dat de Heer het mij zal doen inzien. Maar als ik wêl
al de bedreigingen, waarschuwingen enz. op mijzelve moet toepassen maar
niet genieten mag van de troostwoorden uit de Schrift dan weet ik geen
raad. Paulus is onvergelijkelijk veel grooter dan wij, maar juist omdat hij
zich zwak voelde zegt de Heer: mijne kracht wordt in zwakheid volbragt",
dus waarom ook niet in de mijne? Ik zou een doorn in het vleesch hebben^*
die mij belemmerde tegenhield om Hem naar hartelust te dienen, en de
Heer zou wèl aan Paulus in het zelfde geval zeggen: mijne genade is u
326
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's