Wetenschap en rekenschap - pagina 186
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
M KUILMAN
wereldbeeld berust op de eliminatie van het toeval door het geloof in de hogere
macht; het is numineus en angstwekkend. Veranderingen moeten slechts worden
afgedwongen door gebed, dienstbaarheid, ritueel. De ontmythologisering luidt
een tweede fase in. In deze ontologische fase treedt de vraag naar „het wezen der
dingen" in de plaats van de consultatie van het orakel. De betrekkingen tussen de
mens en het object van onderzoek verlopen nu rechtstreeks en niet meer indirect
via de godheid. Maar deze horizontalisering leidt niet of nauwelijks tot de ver-
staanbaarheid, zoals die in de empirische wetenschappen wordt nagejaagd. De
mens met zijn „wezen", „innerlijke structuur", „ontwerp" en „Daseinsordnun-
gen" blijft even raadselachtig en ongenaakbaar als te voren.
In de laatste — functionele — fase van de ontwikkeling van de wetenschappen
maakt de vraag naar het allesomvattende, naar „het wezen" plaats voor een meer
bescheiden opstelling van de onderzoekers. De onderzoeker wordt in zijn onder-
zoek tot een bewerker van de werkelijkheid met alle beperkingen die het werktuig,
het werkplan en het seizoen met zich meebrengen. Het bestaan van „het wezen"
wordt weliswaar niet ontkend, maar speurwerk in die richting is van een andere
orde. Onderzoeker en onderzoeksobject zijn op een merkwaardige wijze met
elkaar verbonden. Die verbondenheid houdt noodzakelijkerwijs de beperking in
dat het object van onderzoek zich nimmer uitputtend in zijn wezen en totaliteit aan
de onderzoeker kan openbaren.
Wanneer we met deze schets van een ontwikkeling een status praesens maken van
de psychiatrie, dan is het niet moeilijk om de lijnen erin te herkennen. Het
opmerkelijke is echter dat in de geschiedenis zoals die in deze bijdrage werd
verhaald, het voorbijgegane nu en dan wordt geheractualiseerd en via een her-
formulering van oude termen en begrippen in een nieuw jargon, toegepast op
nieuwe situaties en op de vragen van een nieuwe tijd. Het bijkans stormachtige
tempo waarmee de heractualisering — en ook de desactualisering! — zich in de
laatste decennia lijken te voltrekken, laat ons nauwelijks de tijd tot een bezonnen
toetsing van waarden. Wie de huidige situatie in kaart wil brengen heeft het even
moeilijk als de geoloog die veldwerk doet op een terrein dat voortdurend onder-
hevig is aan krachten die tot aardverschuivingen leiden.
In de psychiatrie van onze tijd treffen we een grillig mozaiek aan zonder een vast,
herkenbaar patroon. Mythologische, ontologische en functionele bouwstenen lig-
gen schijnbaar willekeurig dooreen. Zij roepen in hun onvoltooidheid op tot
vragen, waarvan het antwoord tot nieuwe vragen inspireert zonder dat de volein-
ding in zicht is. Want zo is het leven: gekenmerkt door het feit dat het dynamisch
en onvoltooid is, met twijfel en onzekerheid. Men hoede zich voor de versimpeling
en de verstarring welke inherent zijn aan veilige en duurzame oplossingen. Elk
streven naar integratie dient te zijn geïnspireerd door het ideaal van de synthese,
die wij op zijn best asymptotisch zullen naderen, wanneer wij tenminste niet
bezwijken voor de verleidingen van de ideologie. Daarom zal de ideale idealist
altijd óók een relativist dienen te zijn.
Ijuh 1979
182
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's