Wetenschap en rekenschap - pagina 287
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
BIOLOGIE
staan en een dagelijks ritme vertonen dat via de ogen gesynchroniseerd wordt door
het licht. Ook de LGC vertonen een dagelijks ritme, maar dit wordt niet via de
ogen gemoduleerd. Bovendien bleek dat bepaalde neuro-endocriene cellen in de
pleurale (zie boven) en parietale ganglia reageren op de osmotische waarde (vnl.
zoutgehalte) van het water waarin de slakken gehouden worden.
Op basis van de verkregen resultaten werd in 1976 begonnen met een (door
BION-ZWO d.m.v. een zwaartepuntsubsidie gesteund) geïntegreerd onderzoek
naar de regulatie van de activiteit van neuro-endocriene cellen. Het betreffende
systeem bij L.stagnalis blijkt n.1. een uitstekend model te zijn voor de studie van dit
algemene probleem daar in dit dier de neuro-endocriene cellen uitzonderlijk groot
zijn, terwijl verscheidene celtypen óf in scherp begrensde groepen óf zelfs als
enkelvoudige steeds op dezelfde plaats gelegen cellen voorkomen. De cellen zijn
voorts veelal van buitenafin het zenuwstelsel te zien en zij kunnen heel goed, b.v.
met behulp van microelectroden, in het levende weefsel onderzocht worden.
Het programma wordt uitgevoerd door een nauwe samenwerking van drie expe-
rimentele werkgroepen, n.1. die voor Vergelijkende Endocrinologie en Chemische
Dierfysiologie, voor Histologie en Electronenmicroscopie, en voor Neurofysiolo-
gie. (Voor enkele van de eerste resultaten, zie Ter Maat, Kits, en Van Minnen.)
Tenslotte dient vermeld te worden dat in de loop van de tijd ook een aantal malen
aandacht werd geschonken aan tropische slakken die als tussengastheer fungeren
van de platwormen die de veroorzakers zijn van de bij de mens veelvoudig
optredende Bilharzia-ziekte. Gedurende de laatste jaren is betreffende dit punt
een nauwe samenwerkinggegroeid met de afdehng parasitologic van de faculteit
der geneeskunde.
3.3.3. Systematisch en oecologisch onderzoek
3.3.3.1. Vakgroep Plantensystematiek en Oecologie van Lagere Planten
De centrale vraagstellingen van deze vakgroep liggen thans op het gebied van de
algologie: algen vormen een groep van eenvoudig georganiseerde planten, veelal
in het water. Naast groen-algen behoren blauw-, rood-, en bruin-algen en de zgn.
goudwieren tot deze groep van plantaardige organismen. De diversiteit in vorm en
functie binnen deze groep is zeer groot. Bij onderzoek naar deze diversiteit zijn
allereerst de diverse milieufactoren van belang, maar ook is gebleken, door on-
derzoek naar de levenscyclus, dat binnen één soort twee, qua vorm totaal ver-
schillende, fasen, zelfstandig, op verschillende plaatsen dan wel in verschillende
perioden, voor kunnen komen.
Een en ander houdt in dat het centrale onderzoeksthema geformuleerd kan wor-
den als: de vormenrijkdom en variatie van deze organismen en de beïnvloeding
hiervan door milieufactoren.
283
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's