Wetenschap en rekenschap - pagina 419
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
ECONOMIE OP WEG
Het subject vergelijkt de gebruikswaarde die hij verkrijgt met de gebruikswaarde
die hij opoffert.
De economische wetenschap gaat zich voortaan bezighouden met de relaties
tussen economische subjecten als vragers en aanbieders in een volkshuishouding
waarin de ruil op de markten plaatsvindt. Daarbij wordt, en daar is al op gewezen
bij de bespreking van de overgangsfase, de economische wetenschap gekenmerkt
door het marginale denken, uitmondend in een wetenschap betreffende het ra-
tioneel huishouden van economische subjecten.
Een verduidelijking van de rol van het waarderend subject bij de allocatie vindt
men in de rente-theorie van Von Böhm-Bawerk.
5. Böhm-Bawerk's waardeleer
In zijn boek Kapital und Kapitalzins baseert Böhm zich op de grondgedachte van
zijn leermeester Carl Menger. Deze laatste was van mening dat de economische
wetenschap gebaseerd moest zijn op één grondbeginsel, te weten het principe van
het grensnut. De kern van zijn leer, dat de feitelijkheid van de behoeften en het
vermogen van goederen om in de behoefte te voorzien uiteindelijk bepalend zijn
voor de opbouw van het economisch proces.
En wat Böhm nu in het vermelde boek doet, is te laten zien hoe de opbouw van het
economisch proces verbonden is met de waarderingen van de subjecten.
Hij begint zijn onderzoek met de fundamentele stelling dat de omwegproduktie
produktiever is dan de directe produktie. Dus loont het de moeite om eerst
machines te maken en dan later met behulp van deze kapitaalgoederen con-
sumptiegoederen te produceren. Maar omwegproduktie vraagt besparingen. Men
moet in staat zijn om een geheel van tussenprodukten te maken om uiteindelijk
uitgerijpte eindprodukten te verkrijgen.
Nu vallen deze kapitaalgoederen niet zomaar uit de lucht. Daarvoor moet eerst
worden gespaard. De mensen moeten bereid zijn af te zien van de consumptie in
het heden om later des te meer consumptiegoederen te kunnen verkrijgen. De
mensen moeten sparen. En dan komt het waarderingsvraagstuk om de hoek
kijken.
In principe heeft de mens een voorkeur voor huidige boven toekomstige goederen.
Daarbij moet men een goed onderscheid maken. Er is een voorkeur voor huidige
goederen, met betrekking tot dan aanwezige behoeftebevredigingsmiddelen. Dat
is een voorkeur die de mens als consument heeft. Daarnaast is er een voorkeur
voor huidige goederen omdat men met huidige goederen (dat zijn consumptie-
goederen) in staat is een omweg bij de produktie in te slaan.
Deze voorkeur vindt men dus bij de producenten. Deze zien kans om met behulp
van huidige goederen een surplus te maken en wel omdat omwegproduktie pro-
duktiever is.
Samengevat is Böhm's leer dus:
413
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's