Wetenschap en rekenschap - pagina 569
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
Vollenhovens vertrek vele veranderingen
1 Het emeritaat van Vollenhoven m 1963 De last van Vollenhovens leeropdracht
was in de loop der jaren aan een alsmaar groeiende universiteit dermate drukkend
geworden, dat bij zijn afscheid, mede ter verlichting van Zuidema's werk, vier a
vijf personen zijn taak moesten overnemen Van Riessen nam de wijsgerige sys-
tematiek. Van Peursen de kennis- en wetenschapsleer, Begemann de antieke
filosofie en Van der Hoeven de moderne filosofie voor zijn rekening, terwijl
Th de Boer, thans hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, als weten-
schappelijk medewerker de wijsgerige antropologie ging doceren (tot 1968) Dat
deze aflossing van de wacht reeds toen als een doorbraak beschouwd werd, blijkt
uit de weerstand die de benoeming van Van Peursen, hoogleraar te Leiden, in
sommige kringen opriep
2 De wet op het wetenschappelijk onderwijs In de W w O 1960 werden als doel-
einden van het wetenschappelijk onderwijs gememoreerd de vorming tot zelf-
standige wetenschapsbeoefening en de voorbereiding voor bepaalde maatschap-
pelijke beroepen, zoals deze ook reeds genoemd waren in de W H O 1876 Hier-
naast werd echter vastgesteld „Wetenschappelijk onderwijs ( ) bevordert het
inzicht in de samenhang der wetenschappen" (art 1) En tevens „De universitei-
ten en hogescholen ( ) schenken mede aandacht aan de bevordering van maat-
schappelijk verantwoordelijkheidsbesef' (art 2 2 ) Als concrete maatregel werd
in dit verband aan alle universiteiten een centrale interfaculteit ingesteld, „welke in
elk geval de wijsbegeerte omvat" (art 17 3) Dienovereenkomstig bepaalde het
Academische Statuut van 11 september 1963, dat er aan elke universiteit een
centrale interfaculteit zou zijn ,tussen alle faculteiten die de universiteit omvat"
(art 2 1 ) Ook het bestuur van de Vrije Universiteit ging over tot instelling van
zo'n centrale interfaculteit Haar reglement werd 18 april 1964 goedgekeurd dies
natalis van de C I F Een besluit met verreikende konsekwenties' Voortaan zou de
wijsbegeerte niet langer georganiseerd worden vanuit een enkele sectie binnen de
literaire faculteit, maar vanuit een eigen faculteit die als centrale /«rerfaculteit een
zenuwknooppunt moest zijn aan de universiteit Als om de dreigende verwording
van de „uni-versiteit" tot „multi-versiteit" te keren' Alle faculteiten werden in
haar vertegenwoordigd en werden zodoende betrokken bij wat de wijsbegeerte
tegenover de toenemende vakspeciahsatie zou kunnen inbrengen ook wat betreft
het bevorderen van inzicht in de samenhang der wetenschappen en het aankweken
van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef Kortom, de komst van de C I F
was ook organisatorisch gesproken de prijsgave van een stuk filosofische beslo-
tenheid een grotere betrokkenheid van wijsgeren en wetenschappers over en weer
3 De wet universitaire bestuurshervorming 1970 Tot het bovenstaande droeg ook
de W U B haar steentje bij Ze hield onder meer de democratisering in van de
facultaire bestuursvorm door de instelling van faculteitsraad en vakgroep Voort-
aan zou aan de basis, dit is vanuit verschillende vakgroepen, het onderwijs en
onderzoek georganiseerd moeten worden Evenals elders ontstond er zo ook aan
563
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's