Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 107
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
dan 10 jaar. Zijn reactie op de terugvraging was een bezoek, waarbij hij met
negering van de briefkaart nog een boek kwam lenen, wat natuurlijk niet
geweigerd kon worden. Eerst jaren later, bij de veiling van zijn bibliotheek,
kon Smid het V.U.-bezit uitzoeken met welwillende medewerking van Van
Bottenburg.
Lang voor zijn professoraat kwam ook eens de Zutphense dominee J.
Waterink (in 1923 nog ingeschreven als student) in de bibliotheek op zoek
naar litteratuur (waarschijnlijk voor zijn dissertatie). Ik vroeg hem naar
zijn juist verschenen Bij ons in het land der Saksers, ik had het best eens
willen lezen. . . , maar er was helaas geen presentexemplaar voor de VU
beschikbaar, — hij was alleen maar redacteur geweest.
Interessanter was het bezoek van twee Rooms-Katholieken in geestelijk
habijt: de ene was dr. G. Brom. Zij kwamen om inlichtingen over de
organisatie van de Vrije Universiteit, de verhouding tot de „Vereeniging",
tot de Staat enz. Men dacht er nl. in R.K. kring ook over dit voorbeeld te
volgen, wat dan ook kort daarna gebeurde. Ik verwees voor verdere in-
lichtingen naar 't kantoor beneden. Overigens waren nog steeds de meeste
bezoekers theologen, vooral van buiten de stad, al werkzaam in het pasto-
raat; daarnaast wat litteratoren, vooral de ouderen. De bibUotheek bevatte,
volgens opgave van 1926, ± 14000 delen, voornamelijk theologie. Van het
minimale leeszaaltje, 1923 ontstaan, werd nooit gebruik gemaakt. Onze
werkzaamheden bestonden vooral uit het uitlenen en catalogiseren van de
aanwinsten.
Onder deze laatste waren interessant de bibliotheek van Bavinck en die
van Rutgers, geschenk van de erfgenamen van F.L. Rutgers, maar groten-
deels afkomstig van de oude J. Rutgers (Leiden). Deze bevatte veel zeld-
zame drukken uit de 16e en 17e eeuw, alsmede, in een reeks portefeuilles,
een archief van laatstgenoemde. Bij het doorzien daarvan viel mij op een
correspondentie met de als vervalser bekend staande Shapira, die 1883/84
Europa afreisde met oude Hebreeuwse handschriften. Er waren ook
krantenknipsels bij, w.o. het bericht van zijn suicide op 9 maart 1884 in het
Grand Hotel Coomans aan de Hoofdsteeg te Rotterdam. De manuscripten
werden indertijd zowel in Duitsland als in Engeland voor vals verklaard,
maar Rutgers was een van de weinigen, die aan mogelijke echtheid vast-
hielden. Hij slaagde er echter niet in ze in Nederland te laten aankopen. Na
de vondsten van Qumran en na mijn hernieuwde verbondenheid aan de
VU probeerde ik deze correspondentie terug te vinden, — er waren al
stemmen opgegaan die achteraf Shapira's handschriften toch nog voor
mogelijk echt verklaarden. Foto's in London (Br. Mus.) gemaakt bleken
echter onvindbaar; de manuscripten die in 1885 zijn aangekocht door een
Londense antiquair, Bernard Quaritch, zijn niet te achterhalen en de
boekhandel is 1940 bij de bombardementen vernield, evenals in Rotter-
dam het hotel Coomans. Helaas zijn ook de betreffende archivalia van
Rutgers momenteel niet te vinden.^
Een andere mij hevig interesserende ,vondst' was een serie niet uitge-
91
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's