Wetenschap en rekenschap - pagina 136
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
I. A D I E P E N H O R S T
vrouw, voor de vrijlating door de overheid van de crematie was, dat hij geen
bezwaar had, het integendeel zijn plicht achtte om, als er een stemming in het
Saargebied over al dan niet terugkeer lot de Duitse staat onder internationaal
toezicht werd, en de Nederlandse regering riep toezichthouders voor de stembu-
reaus op, aan een dergelijk verzoek gevolg te geven, ook al werd het plebisciet op
een zondag gehouden. Als hij met Molengraaff — op wiens originaliteit hij een
enkele keer afdong — accordeerde, school daarin geen risico; anders was dit met
waardering voor Emil Brunner. Evenzo bleek in de appreciatie van Sinzheimer
zijn zelfstandigheid.
Noch gedurende zijn professoraat, noch daarna heeft hij zijn beschouwingen
samengevat. Het lag niet in zijn aard en toerusting, waarin nooit de pleiter schuil
ging. Dat hij wel eens particularistisch dacht en redeneerde, wie zal het verwon-
deren? Inmiddels stelde hij steeds de gerechtigheidsvraag centraal. Evenmin als
anderen in de faculteit heeft hij in de jaren dertig volledig de nood der werke-
loosheid gepeild; desondanks bezat hij wel een kritische maatschappijbeschou-
wing en probeerde hij feitelijke twistpunten en tegengestelde belangen in het
breder kader van beginselen te plaatsen. In zijn geschrift over Het vraagstuk van de
radio-omroep (1934) bijvoorbeeld verdedigt hij een beperkte controle vooraf op de
uitzendingen en trekt hij het bestaan van een droit d'émission in twijfel; beide
keren doet hij zulks op principiële overwegingen, in andere gevallen niet afkerig
van een compromis. Tegen het einde treft men aan in een ongedachte wending de
verdediging der geestelijke vrijheid en het mainteneren voor de christelijke om-
roep van een eigen bestaansrecht.
Van schijnbare tegenstrijdigheden met vroeger geuite denkbeelden ligt behalve in
de krasse wijze van uitdrukken daarin dat Gerbrandy nooit van overheidsbe-
moeienis vriend is geweest, dat hij steeds groei van onderop begeerde, dat de door
hem voorgestane nieuwe maatschappijvormen in de ontwikkeling van het leven
moesten groeien. Hij heeft ongetwijfeld een algemene visie: kapitaal en arbeid,
werkgevers en werknemers, moeten tot elkaar worden gebracht. Een generale
verheffing van de werkende stand is het doel. maar de nieuwe, tengevolge van een
structuurwijziging van het „werkende leven", door de bedrijfsgenoten voor hun
verantwoording genomen gemeenschappen, mogen niet aan kunstmatigheid be-
zwijken. Het radicalisme blijft realistische trekken dragen. Voor de maatschap-
pelijke vragen wil Gerbrandy ook op zijn oude dag het eigen christelijke antwoord.
Bruusk, goedhartig, emotioneel, een vechter, als hij fout was er ook werkelijk goed
naastzittend, onberekenbaar, heftig in zijn haat, trouw in zijn liefde, in kleine
dingen hoofdig en in grote zaken onwankelbaar, heeft hij het recht in zijn hoog-
leraarstijd met toewijding beoefend. Toen hij door de loop der historie op een
platform was geheven waar zijn kleine gestalte voor ieder zichtbaar was, is door
hem soms eenzijdig, steeds met overtuiging en in de kern zuiver, opnieuw dat recht
— misschien meer nog de gerechtigheid — gediend.
De jongste van het trio juridische hoogleraren der Vrije Universiteit wier loopbaan.
132
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's