Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 132
karakter van het onderwerp is zo teer, dat het zich niet
leent voor enige nadere vastlegging van spelregels, bijvoor-
beeld met betrekking tot de aanspreekbaarheid van allen
die de bereidverklaring hebben ondertekend. De formele
benadering, hoe onontkoombaar ook, was uiteraard geen
garantie dat er een resultaat zou komen, waarbij de
minderheid zich zou kunnen neerleggen bij de meerder-
heid.
Uiteindelijk heeft de hele discussie reglementair niets
opgeleverd, en persoonlijk betreur ik dat. De stilte op dit
front vandaag is overigens geenszins het bewijs voor
homogeniteit. Slechts verstandige zwijgzaamheid nu kan
de schijn van unanimiteit ophouden. Ik teken er bij aan dat
hoewel/orwee/een raadslid dan niet aanspreekbaar is, hij
wel metterdaad aangesproken kan worden. Met die troost
kan ik leven, maar ik had het graag anders gezien. Houden
we ons zelf voor de gek?
Ik zou er nog aan willen toevoegen: wat in het voorgaande
gezegd is met betrekking tot de universiteitsraad, geldt
mutatis mutandis ook voor andere sectoren van onze
universiteit. Maar ik denk dat ik al met al over deze vraag
daarmee nu wel genoeg gezegd heb."
Hoe was uw contact met de studenten?
,,In een aantal functies heb ik contact met de studenten
gehad. Reeds als student-assistent bij Sizoo in 1957, toen
ik mijn eerste schreden zette op het pad van onderwijsge-
ver, heb ik al ervaren dat studenten nableven en in mij
iemand vonden met wie ze over het vak of over andere
zaken spreken konden.
Veel intensiever nog was mijn contact toen ik studiebeoor-
delingen moest of mocht uitbrengen voor de subfaculteit in
het kader van de rijksstudietoelagen. De gesprekken met
juist die studenten, die achterop geraakt waren, zijn mijn
beste uren geweest. Dan kan je iets voor een ander beteke-
nen; want vanzelfsprekend kan in zo'n gesprek het contact,
van mens tot mens over vele persoonlijke omstandigheden,
niet anders zijn dan een gelegenheid bij uitnemendheid om
als V.U. kleur te bekennen.
Ook had ik plezierige contacten naar aanleiding van mijn
gewoonte om mijn colleges te beginnen met een korte
overdenking, waarbij ik de plaats van het vak, de verwon-
dering die de resultaten oproepen, en de dankbaarheid
voor de kans om te studeren, aan de orde stelde.
Niet onvermeld mogen blijven de gesprekken na afloop
128
I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's