Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 281
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Dat Schotanus een leerling van Cujacius is geweest, vinden we vermeld in een Recto
raatsrede van de Franeker rechtsgeleerde Ulricus Huber, gehouden in 1667 („ Henricus
Schotanus Junsconsullus recens e Gallus auditione Cii/acn redux ") ^' Evenzo
.betitelt' de graecus Nicolaus Blancardus Schotanus als „Ciijacii magisterio nobilis doc
tor", in de ,Eeuwfeestbunder van de Franeker Academie (1685) '' Tenslotte treffen we —
bijna een eeuw later — dit gegeven aan in de inaugurele „Oratio de Schola Cujaciana"
(Franeker 1782) van Joannes Valckenaer „Qui primus in hac Academia juris fuit Ante
cessor Hem Schotanus, Cujacium audivit docentem" "'
Hebben we ongetwijfeld rekening te houden met een zekere mythevorming rond de
persoon van Schotanus, in het licht van ons onderzoek lijkt het ons alleszins aannemelijk,
dat hier een ,traditie' bewaard is gebleven die meer betrouwbaar is dan het ,vertekende
beeld' van Adama''*'
Wanneer we tenslotte — mede aan de hand van het Liber Amicorum van
Perez — de historische loop der gebeurtenissen trachten te reconstrueren,
dan krijgen we het navolgende beeld:
— Omstreeks 1577/78 (?) bevinden Schotanus en Perez zich te Bourges,
waar ze ,discipuli' zijn van Cujacius. Medio 1581 reist Perez af naar
Orleans, terwijl Schotanus blijft en binnen de universitaire gemeen
schap geen onbelangrijke plaats inneemt.^^
— In 1583 verlaat Cujacius Bourges. Op doorreis ontmoet hij — eind april
— te Orleans zijn ,oude' leerling Perez, ter gelegenheid waarvan hij een
bijdrage schrijft in diens Liber Amicorum. Het einddoel van zijn reis is
Parijs (zie beneden).
— Kort na Cujacius' vertrek uit Bourges reist ook Schotanus af (eveneens
noodgedwongen?). Te Orleans vindt hij — op doorreis — onderdak^" bij
zijn ,oude' vriend en „patronus" Perez, samen met wie hij op de 12e mei
1583 de licentiae gradus verwerft. Ter gelegenheid hiervan vereert hij
Perez — een dag later — met een bijdrage in diens Liber Amicorum. Het
doel van zijn reis is Parijs, waar hij opnieuw Cujacius ontmoet.
Dat Schotanus — na zijn vertrek uit Orleans — te Parijs een ontmoeting heeft gehad met
Cujacius, vinden we vermeld bij Adama. „Parrhisios primum appellens, Cujacium, quem
tum ibi negotia morabantur, ob nomen, salutavit" " Dit gegeven bevestigt met alleen
Cujacius' vertrek uit Bourges, het geeft tegelijk aan waar de reis hem naartoe heeft
gevoerd
Het lijkt ons onjuist, dat Schotanus — zoals Adama wil — Cujacius heeft bezocht „vanwege
diens naam en faam" In het licht van ons betoog zal de ontmoeting veeleer het karakter
hebben gehad van een afscheidsbezoek '^ Dat Cujacius hem bij die gelegenheid „het zeker
uitzigt opende op een leerstoel te Bordeaux",'"' bevestigt o i eens te meer dat er — op zijn
minst — een vriendschappelijke verhouding tussen hen beiden moet hebben bestaan.
— Zijn Schotanus en Perez samen naar Parijs gereisd?
Hoewel geen afdoend ,bewijs' geleverd kan worden, valt deze moge
lijkheid — aan de hand van het Liber Amicorum van Perez — toch ernstig
te overwegen.^* Is de laatste inscriptie uit Orleans gedateerd „VIIII. Kal.
Junias MDLXXXIII." (van de hand van Paullus GuHelmius Mismetius
= Paullus Meruia), de eerstvolgende stamt uit Parijs („Lutetia Parisio
rum") en is gedagtekend „A.D. XXCIII. IV. K al. Quinctiles." (van de
hand van de uit Lübeck afkomstige Jan(us) Gulielmius).^^
265
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's