Wetenschap en rekenschap - pagina 88
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. VEENHOF
— zich in de studie over de verkiezing verdiept, zal onder de indruk komen van de
wijze, waarop Berkouwer de verkiezing Gods radikaal losmaakt uit de dodelijke
omklemming van het causaal determinisme en zal gaan verstaan, waarom Israel
en de christelijke gemeente de Heer vanwege zijn genadige verkiezing prijzen!'*
Berkouwer's dogmatische studiën vormen kwantitatief maar ook kwalitatief een
van de meest imponerende prestaties, die in de geschiedenis van de faculteit
geleverd zijn. Daarom heb ik daaraan ook enige bijzondere aandacht besteed.
Helaas is de reeks niet voltooid. Wal ontbreekt is een expliciete behandeling van
de prolegomena, de Godsleer en de leer van de schepping. Overigens heeft Ber-
kouwer aan alle onderdelen van de geloofsleer één of meer delen gewijd.
Berkouwer's gestaag voortgaande studie en bezinning bracht hem tot herziening
van vroegere posities. Zo ging hij in vergelijking met zijn boek over de Schriftkri-
tiek uit 1938 over de inspiratie en het gezag van de Bijbel later anders denken.
Belangwekkend is zijn eigen constatering: „Het Schriftvraagstuk vind ik achteraf
toch moeilijker dan ik vroeger dacht. Dat raakt niet mijn persoonlijke binding aan
de Schrift of mijn preken, maar het raakt wat Bavinck reeds noemde de aard van
het Schriftgezag.'"'
De wijziging raakte niet alleen ideeën maar ook personen en stromingen. De
voortgezette jarenlange omgang met Earth's theologie vond zijn neerslag in een
tweede boek over hem dat een veel gunstiger evaluatie biedt dan het eerste boek
van 1936.^ Barth zelf reageerde hierop uitvoerig in zijn eigen dogmatiek en nu
reeds kan dit boek worden aangemerkt als een van de klassieke interpretaties van
Barth's theologie.^' Berkouwer's voortdurende aandacht voor Rome was de reden,
dat hij op persoonlijke titel werd uitgenodigd om als adviseur deel te nemen aan
het tweede Vaticaans Concilie. Zijn participatie aan dit gebeuren resulteerde in
twee geschriften, waarin hij de vinger legt bij parallelle ontwikkelingen tussen de
rooms-katholieke en de reformatorische geloofsgemeenschap.^^ Hierbij valt met
name te denken aan de vragen rondom de interpretatie van het dogma resp. de
belijdenis: de omstandigheid dat zij het stempel dragen van hun ontstaanstijd legt
degene, die hun eigenlijke intentie poogt te peilen, de verplichting op, de veran-
dering in de verstaanshorizon in rekening te brengen.
In het laatste tot dusver verschenen boek van zijn hand geeft Berkouwer een
terugblik op de door hem afgelegde weg. Het bevat een levendige, persoonlijke
tekening van het theologische landschap waar hij in de loop van een halve eeuw
doorheen trok en een boeiende peiling van de vragen, waarmee hij gedurende die
tijd in aanraking kwam en die de voortgang van zijn denken hebben bevorderd.^'
In de exegetische sector kwam het tot een algehele aflossing van de wacht. Van
Gelderen overleed in 1945 kort na het ingaan van zijn emeritaat. Aalders en
Grosheide gingen respectievelijk in 1950 en 1953 met emeritaat. Na het beëindi-
gen van hun onderwijstaak gingen zij overigens nog geruime tijd met het onder-
zoek door. Van de hand van Aalders verschenen na 1950 nog verschillende delen
van de Commentaar op het Oude Testament (COT). Ook van Grosheide zagen
84
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's