Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 275

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 275

2 minuten leestijd

belast met de plattelandsgeografie van de westerse landen;

in 1965 heb ik in overleg een switch gemaakt naar de studie

in ontwikkelingslanden en heb ik een mogelijkheid voor

onderzoek in Paramaribo gekregen. Sindsdien ben ik ook

belast met de leiding van de afstudeerrichting die tien jaar

geleden nog zeer klein was: twee stafleden, terwijl ze nu

tien formatieplaatsen hebben.

In de vakgroep die na de totstandkoming van de W.U.B, in

1970 gevormd is, richten wij ons op enkele thema's. Er is

enerzijds onderzoek naar stedelijke vraagstukken, vraag-

stukken van de plaats van de stad in de (onder)ontwikke-

ling, de stedelijke werkgelegenheid en de stedelijke volks-

huisvesting.

Onderzoek op dat gebied vindt onder andere plaats in het

Caribisch Gebied en in West-Afrika. Anderzijds is er

onderwijs en onderzoek ten aanzien van de rurale ontwik-

keling, onder andere naar de —dikwijls voor de kleine

boeren negatieve — effecten van vernieuwingen, die bij-

voorbeeld via de groene revolutie in de landbouw worden

beoogd. Onderzoek op dit terrein vindt onder meer plaats

in Mexico. Zoals reeds gezegd, doen we het werk lang niet

altijd alleen, maar in samenwerking met andere op ontwik-

kelingslanden gerichte vakgroepen aan deze universiteit."

Heeft de studie ten aanzien van de ontwikkelings-

landen nog in bijzondere mate met de doelstelling

van de V. U. te maken?

De Bruijne: „Dit is een zeer verleidelijke vraag, waarop ik

zeer enthousiast met Ja zou kunnen antwoorden, maar

daar pas ik nadrukkelijk voor.

Toen ik hier als ,,verenigingsdocent" zou worden be-

noemd, had ik een officieel gesprek met enkele leden van

het college van bestuur. Daarin werd mij toen een soortge-

lijke vraag gesteld. Toen heb ik gezegd: ,,Daar een duide-

lijk Ja op zeggen, en dan zeker met een extra medewerker

deze kamer verlaten, nee, dat zou te gemakkelijk zijn."

Deze vraag behoort tot het soort vragen datje tenminste

ook met Nee moet beantwoorden. Want wanneer deze

universiteit vanuit een christelijke doelstelling wil werken,

heeft dat in beginsel een relevantie voor al het werk, een

relevantie voor de keuze welk soort werkje doet, en ook,

hoe moeilijk dat allemaal hard en eenduidig is, voor de

vooronderstellingen waarop je je werk wilt laten berusten.

271

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 275

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's