Wetenschap en rekenschap - pagina 467
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
SOCIOLOGIE, N E D E R L A N D EN DE VRIJE UNIVERSITEIT
hem, terecht, niet als een groot theoreticus en systeembouwer, maar als maat-
schappij- en ideologiecriticus, die in sterke mate de invloed van het pragmatisrrie
onderging, die „lastig" was en daardoor niet op de academische plaats terecht
kwam waarop hij recht had." Niettemin heeft hij in Amerika en misschien nog
meer in Europa vrij veel invloed gehad juist door zijn kritische opstelling en het
feit dat hij problemen aanpakte als de machtselite (macht van de militaire, eco-
nomische en politieke leiders), de plaats van de Witte Boorden in de maatschappij
en het al genoemde kritische boek, waarin hij o.a. de gewichtigdoenerij met
ingewikkelde meet-, weeg- en correlatietechnieken en het formuleren van onbe-
nullige probleempjes, alsmede de invloed van belanghebbenden als opdrachtge-
vers van sociaal onderzoek aan de kaak stelde.
Een belangrijke functionalist, die zelf ook steeds met belangstelling de culturele
antropologie bleef volgen (Malinowski, Redcliff Brown) is R.K. Merton (geb.
1910). Hij heeft in zijn beroemde hoek „Social Theory and Social Structure"(\96S,
2e editie), dat 20 drukken beleefde, duidelijk zijn standpunt binnen de sociologie
bepaald; misschien kunnen we beter zeggen dat hij duidelijk tot uitdrukking heeft
gebracht de plaats die de sociologie naar zijn mening in vergelijking met andere
wetenschappen innam. Men zou globaal een drietal abstractieniveaus kunnen
onderscheiden; dan bevindt Merton zich op het middelste en Parsons op het
hoogste. Eigenlijk is hij van mening dat de sociologie met Parsons haar eigen hand
overspeelde. De sociologie was immers nog niet rijp voor zulke „grand theories",
zo meende hij. Zelf hanteerde en introduceerde hij de term theories of the middle
range, waaronder hij verstond „theories that lie between the minor but necessary
working hypotheses that evolve in abundance during day-to-day research and the
all-inclusive systematic efforts to develop a unified theory that will explain all the
.observed uniformities of social behavior, social organization and social change".'"*
Ze begeleiden praktisch onderzoek en zijn derhalve theorieën van middelbaar (of
midden-) abstractieniveau. De meeste van Mertons publicaties bevinden zich op
dit niveau en het is inderdaad vruchtbaar gebleken. Omdat de sociologie haar
Einstein nog niet heeft gehad, verwerpt Merton de „grand theory" en dat is ook
wel juist, zij het dat deze opvatting afhankelijk is van wat men van zo'n theorie
verwacht. De natuurkundige G. de Vries, die een dissertatie schreef over „5oc/a/e
orde, regels en de sociologie", 1977, zegt in een andere publicatie dat een theorie
alleen maar niet-triviaal is als zij is verbonden met fundamentele theorieën. Deze
zijn alleen vruchtbaar te noemen als ze ons in staat stellen problemen te localiseren
die we nog niet hadden onderkend. Ook De Vries wijst op Einstein: „Einstein
voorspelde dat wanneer de afstand van twee sterren 's nachts en overdag (wanneer
zij zichtbaar zouden zijn bij een zonsverduistering) zou worden gemeten, de
uitkomst van de metingen verschillend zou zijn. Niemand had er ooit aan gedacht
een dergelijke nogal buitenissige waarneming te doen en waarom ook? Maar de
voorspelling bleek te kloppen en dat was een reden om een aantal zeer funda-
mentele fysischp noties te wijzigen. Want hoe buitenissig deze waarneming ook
was, zij werd direct gesuggereerd door theoretische overwegingen."" Iets verge-
461
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's