Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 337

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 337

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

3 minuten leestijd

H O N D E R D JAAR KLASSIEKE FILOLOGIE IN DE VRIJE UNIVERSITEIT

mogen zeggen. Misschien voelt een verdoolde linguist aanvechting om het te doen;

dan mag hij wel bedenken dat de Parijse Société de linguistique al ruim een eeuw

geleden in haar statuten heeft vastgelegd dat het onderwerp in haar vergaderingen

niet ter sprake gebracht mag worden, daar het zich aan wetenschappelijke dis-

cussie onttrekt. Zeker, dat is gebeurd in de volle bloeitijd van het positivisme —

maar zelfs het positivisme heeft wel eens iets goeds. Men kan er natuurlijk niet bij

blijven staan — wat ook de biochemie en andere takken van wetenschap weten te

vertellen over de hersenschors (en dat is verrassend en belangrijk), het wonder van

de taal (met de verbijsterende mogelijkheid er bij dat we die kunnen gebruiken om

te liegen!) wordt er niet door verklaard. Haar oorsprong ook niet. Een filoloog kan

op z'n mooist bestaande hypothesen kritisch bezien (eigenlijk heeft J. Woltjer niet

anders geredeneerd).

2. Het ontstaan van het Christendom. Hier dient men onderscheid te maken tussen

de zaak van het geloof, even onbewijsbaar als onweerlegbaar, en een historisch

probleem, waarover hypothesen gevormd kunnen worden. Bij dat laatste heeft de

filoloog (eerder nog de historicus) een kritische taak: hij zal allerlei hypothesen

moeten afwijzen — dat zal elke historicus moeten doen. We geloven niet dat de

„volheid des tijds" zich als historisch feit laat demonstreren (R.H. Woltjer heeft

wel in die richting gedacht): we kunnen ook niet meegaan met hen die alles wat

daarop schijnt te wijzen willen bagatelliseren.

3. Werk in de oudchristelijke griekse en latijnse literatuur. Boven is al gesignaleerd

dat onze sectie zich daarmee bezig gehouden heeft en houdt. Maar het gaat niet

aan om met Sizoo de ,,humanistische philologie" verwaarlozing van dit gebied te

verwijten, die zou ontspruiten aan „grove onkunde" of „onwetenschappelijk dé-

dain". Dat had in 1949 niet gezegd mogen worden: nü kan hetzekerniet, nu wehet

oeuvre overzien van onze landgenoot J.H. Waszink die tientallen jaren in de

patristiek gewerkt heeft met grote sympathie en enorm begrip voor zijn auteurs —

en hij is een „humanist". Omgekeerd vergete men niet dat J. Woltjers grootste

wetenschappelijke verdiensten waarschijnlijk liggen in zijn interpretatie van de fel

antigodsdienstige Lucretius.

4. De relatieve waardering van de voorhanden teksten. Voor dit probleem, dat de

huidige algemene literatuurwetenschap ook bezig houdt, wist J. Woltjer een op-

lossing: we zullen eerder en meer aandacht schenken aan de gebeden van Grieken

en Romeinen, aan hun vloek of hun huwelijk dan aan de machinerie van hun

theaters of het kostuum van de acteurs — ,,de beteekenis van den logos in de eene

rij van onderwerpen is toch waarlijk niet gelijk aan die in de andere rij". Dit staat

in de befaamde oratie van 1891 over „De wetenschap van den logos". Dat is stellig

de zwakste publicatie van de grote geleerde geweest. K.J. Popma, toch echt niet

een linkse deviationist, heeft de in die oratie ontwikkelde logos-theorie terecht

befiteld als „theologiserende anthropologic" (de theologen kunnen er, lijkt me,

ook niet bijster gelukkig mee geweest zijn). Evenzeer terecht heeft Popma betoogd

dat ze geen bevredigend fundament verschafte voor het filologische bedrijf. Men

vindt Woltjers voorkeur (noem het een programma) terug in de indrukwekkende

331

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 337

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's