Wetenschap en rekenschap - pagina 272
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J L E V E R / L VLIJM
haar uit door Hem zelf daarvoor bereide elementen opgebouwd" "^ Kuyper licht
het principiële verschil in visie als volgt nader toe „De tegenstelling komt het
duidelijkst uit aan een beeld door Haeckel gekozen Om het bezwaar weg te
nemen, dat ligt in het mechanisch-verklaren van een samengesteld organisme,
vraagt hij of een Zulu-neger die bij Lorenzo Marquez een Engels pantserschip ziet
binnenvallen, niet vanzelf dit gevaarte voor een organisch monster aanziet, terwijl
WIJ toch zeer goed weten, dat het mechanisch is ineengeklonken Iets wat ieder
natuurlijk toegeeft, maar waarbij Haeckel voorbijzag, dat op de scheepswerf de
Ijzeren platen met vanzelf ineen zijn gaan zitten, maar dat ze door een kundig
bouwmeester, naar vooraf gemaakt bestek, ineen zijn gezet" '*'' Samenvattend
concludeert Kuyper dan „En datzelfde verschil zou ook zulk een evolutionistische
Schepping Gods van het stelsel der Darwinisten onderscheiden Evolutionistische
schepping onderstelt een God die het bestek eerst maakt en dan almachtig uit-
voert, het Darwinisme leert een mechanisch ontstaan der dingen, dat alle plan of
doel ofbestek uitsluit" "^"8
WIJ zagen al dat Kuyper de gangbare opvatting in christelijke kring betreffende
het ontstaan van deze werkelijkheid onbevredigend vond Een nieuwe benadering
was nodig Behalve de vermelde opmerkingen over de „evolutionistische schep-
ping" zegt hij hier maar weinig over Maar hij had er klaarblijkelijk wel ideeën
over „Van het stellen van theorie tegen theorie moet uiteraard mijn rede zich
onthouden Dit gaat in enkele volzinnen niet Het al te summiere zou hier tot
misverstand leiden" ''* Hij geeft nog wel een paar tips hierover (wij citeren hier
slechts enkele van de minst dubieuze) „Opmerking verdient het intussen, dat de
voorstanders der nieuwe studiën aan het monotheïsme tegenover het polytheisme
gelijk geven, de eenheid der ganse schepping m het helderst licht plaatsen, het
opkomen van elk soort uit een exemplaar bevestigen, de opkomst van heel ons
menselijk geslacht uit enen bloede aanprijzen, naar Weismann's theorie het in
lumbis Adami verklaren, het door lijden tot heerlijkheid tot beginsel verhef-
fen , en in overeenstemming met Romeinen IX het denkbeeld verwerpen, alsof
de bouw van het heelal emglijk gericht ware op het geluk van de mens" '"'*'
Hierop sluit dan nog een bijzonder interessante opmerking aan waaruit duidelijk
blijkt dat Kuyper de gedachte van een complete evolutie, inclusief een „Urzeu-
gung", niet principieel met het scheppingsgeloof in strijd achtte „Iets waaraan ik
toevoeg, dat de Scheppingsoorkonde van de Schrift het dramatisch optreden van
nieuwe wezens eer afsnijdt dan aanbeveelt Er staat, dat ,de aarde voortbracht kruid
zaadzaaiende naar zijn aard', en zo ook dat ,de aarde voortbracht het vee en het
kruipend gedierte', niet dat ze door God, als stukken op het schaakbord, op de
aardbodem werden neergezet" "^ Dat Kuyper door de bestudering van de litera-
tuur het vermoeden had dat de biologische theorie het wel eens, ondanks de
gebrekkigheid der nog beschikbare argumenten, bij het rechte eind zou kunnen
hebben wordt ook waarschijnlijk doordat hij (onbewust en uit het hoofd) de
betreffende passages uit Genesis I niet letterlijk en deels zelfs aan zijn redenering
aangepast, citeert
268
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's