Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 75
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
leeskamer moderne talen in het pand Keizersgracht 143, tegenover het
hoofdgebouw, ingericht en in 1960 het pand Van Eeghenstraat 112 aan-
gekocht.
Op 31 maart 1948 deelt Wille aan Directeuren mee dat de bibliotheek in
een stadium gaat komen, „dat zij een afzonderlijken bibliothecaris behoeft,
academisch gevormd niet alleen, maar ook bibliografisch terdege ge-
schoold en die zijn gehele werkkracht kan wijden aan deze ene functie".
„Ik vraag mij af, of voor mij niet de tijd gekomen is om ontslag te vragen, schreef Wille, en
voor Uw college om een jonge kracht aan te stellen tot Bibliothecaris der Vrije Universi-
teit. .
Veel gegadigden, bekwaam in dit vak en verknocht aan de Gereformeerde beginselen,
zullen er niet zijn Te meer reden, dunkt mij, om tijdig naar zulk een opvolger van mij te
gaan uitzien, bibliotheekwerk, ook bibhotheekleiding, vereist continuïteit Een of twee
gereformeerde doctorandi zouden, naar ik meen, bijzonder in aanmerking komen, men
zou misschien daarbij den eis kunnen stellen van spoedige promotie of althans op een of
andere wijze stevigen aandrang uitoefenen in die richting"
Wille kreeg toestemming om zelf zijn opvolger voor te stellen.
Eerst heeft Wille geprobeerd drs. D. Grosheide voor de functie van
Bibliothecaris der Vrije Universiteit te interesseren. Deze was in 1931 als
V.U.-student in de letteren ingeschreven en hij zou 25 mei 1951 promove-
ren op het proefschrift: Cromwell naar het oordeel van zijn Nederlandse
tijdgenoten. Grosheide stond op de nominatie om Bibhothecaris van de
Rijksuniversiteit te Utrecht te worden, en zijn benoeming zou 1 februari
1949 ingaan. Grosheide voelde er in die situatie niet voor Bibliothecaris te
worden aan een universiteit, waar een oom Directeur was, zijn vader
Rector Magnificus en een broer hoogleraar.
Na deze teleurstelling stelde Wille zijn leerling drs. H.A. Höweler, oud
rector van het Gereformeerd Gymnasium te Amsterdam als opvolger voor.
Iemand die op initiatief van prof dr. J. Waterink solliciteerde en die later
elders hoogleraar werd, vond Wille op grond van zijn sollicitatiebrief te
fantasierijk en voortvarend.
„Wat nodig zal zijn", schreef Wille in zijn advies over deze sollicitant, „is een rustige,
weloverwogen voort- en uitbouw, aangepast aan het bestaande en rekening houdende met
het mogelijke Geen algeheele vernieuwing, geen radicale omkeering, geen stichten van
den grond af Wat in een kwart eeuw voorzichtig, naar een bescheiden en vast werkplan is
opgebouwd, behoeft in de nabije toekomst wel aanzienlijke uitbreiding, maar staat op
goede grondslagen wij hébben een universiteitsbibliotheek, wij hébben een aantal colle-
ge-bibliotheken, WIJ hébben allerlei relaties en contacten m binnen- en buitenland, die wij
geleidelijk, naar wenschelijkheid en behoefte, voorzichtig uitbreiden"
Op grond van deze voorstellen werd H,A. Höweler met ingang van 1
oktober 1949 tot Bibliothecaris der Vrije Universiteit benoemd. Zijn vader
C A . Höweler behoorde tot de stichters van de Vrije Universiteit en zijn
moeder was Catharina Johanna Wormser, de oudste dochter van de Am-
sterdamse uitgever en boekhandelaar J.A. Wormser jr. Höweler was één
59
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's