Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 114

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 114

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

3 minuten leestijd

I A DIEPENHORST

moet hij wel zwaar de nadruk leggen op het door de staat beslechten van tegen-

strijdige interessen, anders zou zijn betuiging dat de staat zich ver van het zedelijk

volksleven behoort te houden, een bewering zijn en niets meer. In Onze constitutie

gaat hij vanuit eigen overtuiging ons staatsrecht te lijf. Het in de mengvorm van

systematische verhandeling en commentaar op de grondwet gegoten werk is le-

vendig geschreven ondanks de leerstellige inslag; Van der Vlugt noemde Lohman

eens wat overdrijvend een geniaal dogmaticus. Lohman waakt er voor anders-

denkenden af te stoten door voor hen ongenietbaar, te zeer vanuit christelijk

standpunt te redeneren. Hij verklaart echter wel dat de overheid een goddelijke

instelling met een door Romeinen 13:1 genoemd gezag is; verdere schriftuurlijke

fundering heeft hij, hoewel misschien Genesis 9:6 dienst kan doen, niet nodig. Er

valt ook een Schepperswil uit het algemeen op de wereld aangetroffene en het zich

daar steeds herhalende af te lezen. De generale aanwezigheid van de staat sluit zijn

historische verbijzondering niet uit. Als slechts begrepen wordt dat een bepaalde

autoriteit van mensen over mensen niet gemist kan worden en dat van een ge-

hoorzaamheid aan God aldus de rede kan zijn, doet de staatsvorm er niet toe. In

afwijking van Fabius treft men bij Lohman ook een keer de betuiging aan, zij het

in een Kamerrede van 26 september 1884, dat de macht des konings „niet meer

dan op papier" bestaat. Overigens is bij hem vaste leer dat de ongedeelde regeer-

macht in Nederland bij de koning berust.

Het naar voren halen van het vorstelijk gezag, de souvereiniteit van Oranje, hangt

kennelijk samen met de op deze wijze gemakkelijker gemaakte bestrijding van

volkssouvereiniteit, staatssouvereiniteit en rechtssouvereiniteit. De eerste wijst hij

af, na eerst over de door haar bevorderde Franse revolutie gesproken te hebben als

in strijd met Gods Woord zowel als met de feiten: er is voor het door Nederland

overheerste Atjeh geen volkssouvereiniteit. Van de staatssouvereiniteit acht hij

zwak dat vooreerst de staat zelf een afgetrokken begrip aanduidt en er al weer geen

enkele kolonie is welke over souvereiniteit de beschikking heeft. De rechtssouve-

reiniteit eindelijk geeft niet een verklaring van gehoorzaamheid als het recht met

voeten wordt getreden en nochtans de burgers gehoorzamen. De overheid moge er

om het recht wezen, zij is er niet krachtens het recht.

Wat nader Nederland betreft, wij leven niet onder de grondwet, maar onder de

souvereiniteit van het Oranjehuis dat ons de grondwet schonk. Zij mag niet

eenzijdig worden ingetrokken maar niettemin is zij noch juridisch noch historisch

grondslag van onze staatsinstellingen. Zelfs zou zij strikt genomen de staatsmacht

niet beperken als men aan de roeping van de laatste wilde voorbijzien, wat na-

tuurlijk niet aangaat. Onze grondwet bevat geen opdracht van macht, maar de om-

schrijving van haar omvang, bepalend welke persoonlijke rechten onaantastbaar

zijn. Wie eigen bevoegdheden bij een door hem vastgestelde wet regelt, staat onder

die regeling, maar zijn bevoegdheid dankt hij aan haar niet. In de Schrift vindt

men reeds bij de instellingen van het volk Israël vrijheid, gelijkheid en broeder-

schap. Dit zijn grondbeginselen die, mits niet losgemaakt van de algemene ordening

Gods, heilzame vruchten afwerpen; Fabius zou zo iets nimmer hebben gezegd.

110

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 114

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's