Wetenschap en rekenschap - pagina 196
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H. L. LANGEVOORT
F.J.J. Buytendijk schrijft: „Geen ander onderzoeker heeft een meer waardevolle
methodiek in dienst van integraal (!) onderzoek over mens en dier tot stand
gebracht dan Buytendijk. Want degene, die hem zou kwalificeren als iemand, die
een curieuze veelheid van gescheiden activiteiten in het veld van de wetenschap
heeft verricht, vergist zich terdege.
Het fenomeen Buytendijk kan en mag niet begrepen worden als een optelsom van
medicus, fysioloog, bioloog, psycholoog, fenomenoloog, anthropoloog en filosoof,
maar zijn persoonlijk geheim manifesteert zich in het feit, dat zijn werk een
volstrekt eigen kwaliteit representeert, die iets anders veronderstelt dan het louter
toevoegen van een nieuwe dimensie aan een bestaande wetenschap. Zijn creatieve
geest stelde hem in staat om, naast het behoud van het waardevolle eigene, tevens
een overkoepeling van de tegenstelling der afzonderlijke vakgebieden tot stand te
brengen. Aan Buytendijk danken wij een nieuwe synthetiserende visie op het
gebied van genoemde wetenschappen; daardoor is het hem mogelijk geworden
een veel beter inzicht te krijgen in de concrete werkelijkheid van mens en dier, dan
ooit tevoren."
Het is niet alleen om zijn bijdragen aan de bestudering van grondvragen over
leven, geloof en wetenschap dat Buytendijk een bijzondere plaats heeft ingenomen
in de Vrije Universiteit tussen 1914 en 1924. Hij was haar eerste medisch weten-
schappelijke onderzoeker en wist in korte tijd een groep actieve medewerkers om
zich heen te verzamelen. Vooral toen hij een nieuw laboratorium (Valeriusplein
11) tot zijn beschikking gekregen had, werd veel wetenschappelijk werk verricht,
dat voor een zeer groot deel in de franse taal gepubliceerd werd in de Archives
Neerlandaises de physiologic de l'homme et des animaux. Samen met andere
fysiologen van naam zoals Einthoven, Pekelharing, Rijnberk, de Haan, Hambur-
ger en ten Cate maakte hij deel uit van de redactie van dit tijdschrift. Een indruk
over de niet geringe omvang van het wetenschappelijk werk dat hij met 14 mede-
werkers in het fysiologisch laboratorium verrichtte, geven de 34 publicaties, die hij
in 1921 bij een rondleiding door het laboratorium beschikbaar stelde. Zijn assi-
stent M.N.J. Dirken, die o.m. de invloed van sport met name het roeien op de
gaswisseling in de longen bij de mens bestudeerde, ging met Buytendijk mee, toen
deze in 1924 tot hoogleraar bij de Rijksuniversiteit te Groningen werd benoemd.
In 1948 volgde hij Buytendijk daar als hoogleraar op. De assistent N. Waterman
was ook aan het Antoni van Leeuwenhoekhuis verbonden en verrichtte samen met
Dirken onderzoek naar het zuurstofverbruik van tumorcellen. Het is deze Water-
man, die in 1920, één jaar eerder dan Banting en Best insuline uit het pancreas
isoleerde, maar hiervoor geen erkenning vond.
Toen eenjaar na Buytendijk ook Bouman de Vrije Universiteit verliet, betekende
dat het einde van de toenmalige medische faculteit. Velen hebben daarin niet
willen berusten, ook niet toen in 1927 de beslissing genomen was om als vierde
faculteit niet die der geneeskunde, maar die der wis- en natuurkunde aan de Vrije
192
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's