Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 110
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
van werkzaamheid der Vrije Universiteit en hield het in het oog bij het
aanschaffen van boeken en tijdschriften. Er is in die subsidieloze periode
gewoekerd met de niet ruime beschikbare middelen. Waar het karakter der
universiteit specialisering of een zekere mate van volledigheid vereiste, b.v.
met betrekking tot de theologie, heeft prof. Wille die nagestreefd. Kon
elders voorlopig met oriënterende werken volstaan worden, dan beperkten
de aanschaffingen zich daartoe. Door schenkingen verkreeg de bibliothe-
caris belangrijke aanwinsten. Toen prof. Wille in 1949 de tijd gekomen
achtte zijn taak als bibliothecaris aan een ander over te laten om zich
uitsluitend aan zijn hoogleraarschap en studie te kunnen wijden, consta-
teerde de Rector Magnificus van dat jaar in zijn dankwoord, dat prof Wille
de bibhotheek had groot gemaakt; het kon niet beter gezegd zijn.
Dit ,groot' wees op de boeken en tijdschriften, niet op de behuizing.
Deze liet, ondanks incidentele verbeteringen, in 1949 zo veel te wensen
over, dat prof. Wille in zijn laatste jaarverslag moest gewagen van de
noodtoestand, waarin de snel groeiende boekerij verkeerde door nijpend
gebrek aan ruimte. Niet alleen de magazijnruimte, doch ook de ruimte
voor de administratie, de catalogus en de leeskamers was veel te klein
geworden. De kern der centrale bibliotheek was gehuisvest op de tweede
verdieping van Keizersgracht 162; voorts hadden bepaalde groepen boe-
ken een plaats gekregen in andere vertrekken van het universiteitsgebouw,
b.v. in gesloten kasten in collegekamers en op een zolder boven het bureau
der universiteit. Op tal van planken stonden de boeken in dubbele rijen en
zelfs de paden tussen de stellingen vulden zich langzaam maar zeker met
boeken, waarvoor geen behoorlijke plaats te vinden was. Voor degenen,
die in verband met de uitlening materiaal uit het magazijn moesten halen
of het op zijn plaats terug brengen, werd het werk zeer bezwaarlijk; het
magazijn dreigde een pakhuis te worden.
Het College van Directeuren heeft het streven van prof. Wille krachtig
gesteund en de algemene belangen van de bibliotheek nimmer uit het oog
verloren. Reeds vóór de Tweede Wereldoorlog ging het perceel Keizers-
gracht 160 in eigendom aan de Vrije Universiteit over; het was de bedoe-
Hng het hoofdzakelijk te gebruiken voor uitbreiding van de bibliotheek.
Allerlei omstandigheden leidden er toe, dat pas in 1954 het gebouw vrij
kwam voor huisvesting van de bibliotheek. Een der grote vertrekken werd
ingericht als collegekamer voor de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte
in verband met de vestiging van leerstoelen voor Engels en Frans. Maar
overigens stelden Directeuren het gehele perceel ter beschikking van de
bibliotheek en zij verschaften de middelen om zo goed mogelijk te voorzien
in hetgeen er nodig was.
Zonder aanzienlijke wijzigingen en herstellingen kon een zeventiende-
eeuws woonhuis, waarin tenslotte twee textielzaken gevestigd waren ge-
weest en dat ten dele uitgewoond was, bezwaarlijk dienen voor het onder-
brengen van een boekerij. Bij de verbouwing en inrichting diende men niet
te vergeten, dat de Vrije Universiteit hoopt binnen afzienbare tijd ook haar
94
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's