Wetenschap en rekenschap - pagina 524
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C . S A N D E R S / L K A. EISENGA
zijn werkelijkheid op onderscheiden wijzen cognitief structureert en dienover-
eenkomstig handelt. Het gaat dan dus om structureringen binnen een weten-
schappelijke structurering.
De auteurs gaan verder in op de grenzen die aan de geldigheid van de psycholo-
gische kennis gesteld zijn, waarbij zij zich teweer stellen tegen het opduikend
idealisme, dat het gangbare wetenschapsbedrijf ter discussie stelt. Men behoeft
niet tot een dergelijk scepticisme te vervallen indien men de rol van het subject (i.e.
de wetenschapper) én die van het object van onderzoek beide serieus neemt in het
kenproces. De werkelijkheid der objecten wordt niet menselijk-wetenschappelijk
gecreëerd, wel onthuld. Dat houdt in dat de objecten normatief functioneren in
zoverre zij zich verzetten kunnen tegen haar niet passende onthullingen. De
wetenschapper kan niet louter naar eigen goeddunken te werk gaan. Dit boek stelt
derhalve tegenover het in de jaren zestig sterk benadrukte belang van „het object"
of „de empirie" de noodzakelijkheid wetenschappelijke kennis als het product te
zien van interactie tussen wetenschapper (subject) en werkelijkheid (object).
Hernieuwde belangstelling voor wijsgerige vragen
Het is tekenend voor de jaren zeventig dat met de neergang van het harde
positivisme en de opkomst van het paradigmatische denken de belangstelling voor
levensbeschouwelijke en wijsgerige vragen — met name op het gebied van de
anthropologic — alom sterk is toegenomen, dus ook buiten de nauwe kring van
methodologen en theoretici. Was het in de jaren zestig zó, dat het nut van wijsge-
rige bezinning in het algemeen in twijfel getrokken werd of zelfs als gevaarlijk
beoordeeld werd, omdat het een terugkeer zou kunnen betekenen naar de moei-
zaam overwonnen fase waarin de psychologie zich nog niet geëmancipeerd had
van de wijsbegeerte, thans is er sprake van een nieuwe toenadering tussen psy-
chologie en wijsbegeerte. Dat geldt zowel in het algemeen voor de psychologen-
wereld (men denke bijv. aan het feit dat de wijsgeer De Boer de beschikking kreeg
over een compleet nummer van het Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie
om zijn,. Vooronderstellingen van een kritische psychologie" in te publiceren (1975)
alsmede aan het verschijnen van een door psychologen geschreven serie opstellen
onder de titel „Mensbeelden in de psychologie" (Van Parreren en Van der Bend,
1979) als ook en wellicht in sterkere mate voor de subfaculteit der psychologie van
de V.U. Ten bewijze daarvan kan verwezen worden naar het verlenen aan Sanders
van de aanvullende leeropdracht „wijsbegeerte van de psychologie" in 1974.
Daarmee werd aan de V.U. als eerste universiteit in Nederland een afstudeer-
richting „wijsbegeerte van de psychologie" gecreëerd.
Een ander duidelijk symptoom van deze hernieuwde belangstelling voor wijsge-
rige vragen aan de V.U. kan men bespeuren in publicaties van docenten van de
subfaculteit die vanuit hun leeropdrachten geen directe bemoeienis hebben met
methodologische en meta-psychologische vragen. Boekestijn schrijft een artikel in
518
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's