Wetenschap en rekenschap - pagina 289
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
BIOLOGIE
van museummateriaal werd gewerkt (Wattel, over haviken), werd het onderzoek
vervolgens ook met het doen van veldwaarnemingen verbreed, waarbij kieken-
dieven onderzocht werden Daarbij kwamen geleidelijk ook meer oecologische
kwesties aan de orde (Nieboer, en Schipper) Ook begeleidde Voous onderzoek in
Afrika (Smeenk) en op de Galapagoseilanden (De Vries)
Het uilenonderzoek ontwikkelde zich in de richting van intraspecifieke variatie,
waarbij, met behulp van fysiologische technieken, geluiden werden geanalyseerd,
en de verschillen vervolgens systematisch-geografisch werden geduid (Van Dijk)
Een tweede thema van onderzoek betrof de verspreiding van zeevogels, waarbij
het voorkomen van soorten, door waarnemingen vanaf schepen, werd gerubri-
ceerd
Ook werd veel aandacht besteed aan zaken van natuurbescherming, in Nederland
en daarbuiten (zie o a Bijleveld) Voous was een van de initiatiefnemers van de
bestudering van milieuvraagstukken aan de Vrije Universiteit, wat uiteindelijk
resulteerde in het tot stand komen van het Instituut voor Milieuvraagstukken In
1975 werd hem om gezondheidsredenen emeritaat verleend
Als zijn opvolger trad, sinds 1978, C Wilkinson op Zijn belangstelling richt zich
op een systematisch-geografische bewerking van een aantal vlinder-families
Een eerste thema van onderzoek wordt gevonden in de Bladmineerders (Mi-
cro-Lepidoptera, met grootten tussen 2 en 5 mm) Om deze soorten te bestuderen
zijn microtechnieken noodzakelijk, vooral voor een nauwkeurige beschrijving van
de geslachtsorganen, waarvan de verschillen een belangrijke rol spelen bij de
systematische indeling
Daarnaast wordt onderzoek verricht aan Beervlinders (Arctiidae) en Hyblaeidae,
waarbij met name zoogeografische aspecten worden bestudeerd Ook komen
hierbij de problemen aan de orde van het vermogen van deze dieren om hun
predatoren (vleermuizen) te ontwijken Deze localiseren hun prooi door echolo-
catie, doch binnen de prooidieren zijn eigenschappen (o a gedragingen) ontwik-
keld die hun ontsnappingskans vergroten
De algemene gedachtengang is om, met gebruikmaking van diverse methoden
(o a numerieke taxonomie, phenetische classificatie) en technieken (o m electro-
scan), de systematische verwantschap der onderzochte groepen op te helderen
Bladmineerders zijn uiteraard sterk afhankelijk van hun voedsel Daar het moge-
lijk IS deze soorten te kweken kan de tolerantie t o v diverse voedselplanten
experimenteel worden onderzocht Dit opent mogelijkheden van samenwerking
met andere vakgroepen Vraagstellingen in het kader van de invloed van de
mineerders op de fotosynthese en de ademhaling van de voedsterplant kunnen
daarbij aan de orde komen Deze vraagstukken van plant-dier-relaties worden
opgenomen in een systematische beschouwingswijze De levenscyclus van een
aantal in Nederland voorkomende soorten dient daartoe nauwkeurig beschreven
te worden
285
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's