Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 43
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
In 1903 trouwde Breen met Anna Diderica Weisz, die echter in 1910
stierf. Omdat zijn moeder een maand later ook stierfis hij enkele jaren erg
eenzaam geweest. In 1913 hertrouv/de hij met Elizabeth Neijens. Hij had
geen kinderen.
Breen was trouw in zijn werk en kritisch in zijn oordeel. Hooft en de
libertijnse regenten heeft hij dikwijls bestreden omdat zij de kerk voort-
durend hadden belemmerd en verdrukt. Het sluiten van de vrede tussen de
Nederlanden en Spanje in 1648, vooral op aandringen van Amsterdam en
wel zonder ook Frankrijk de oorlog beëindigde, noemde hij een pohtieke
fout. Als hij vertelt dat in de Franse tijd de Dam werd herdoopt tot Place
Napoleon, merkt hij daarbij op: „enkele heethoofden hadden in 1795
willen spreken van het Revolutieplein; nu konden ze de consequentie van
hun beginsel ervaren". Maar deze kritiek op libertijns Amsterdam ging
gepaard met afschuw voor de stad Utrecht, die hij een „naar conservatief
gat" vond. Breen was noch libertijn, noch conservatief.
Bijna 32 jaar lang heeft Breen in vele avonduren de titelbeschrijvingen
gemaakt voor de Bibliotheek der Vrije Universiteit. Voor de uitlening
kreeg hij in 1908 één assistent en in 1924 twee assistenten, die IVi uur per
week werkten, het eerste jaar voor ƒ 150,— endaarna voor ƒ 200,— per jaar.
Deze bedragen werden in 1919 verhoogd tot ƒ180,— en ƒ 240,—. Elke twee
maanden was er voor de assistenten betaaldag. Met één assistent was de
bibhotheek op maandag- en dinsdagmiddag elk één uur open, op woens-
dagmiddag twee uur en op donderdagmiddag drie uur. Vanaf 1924 werden
de openingstijden van maandag tot en met vrijdag van 2 tot 5 uur.
De uitgaven voor de bibliotheek, de salarissen daarin begrepen, kwamen
in 1909 met ƒ 1123,25 voor het eerst boven de duizend gulden. In 1910 werd
meer dan twee procent van de totale universitaire begroting aan de bi-
bliotheek besteed, maar in 1921 was dit percentage weer gedaald tot juist
een half procent. In 1910 is het totale bedragvandeuitgaven ƒ 65.038,73 en
in 1921 is dit ƒ 223.053, 89. In dat laatste jaar zijn de materiële uitgaven
voor het fysiologische laboratorium van prof. F.J.J. Buytendijk elf maal het
bibliotheekbudget.
Het is merkwaardig dat de uitgaven voor de bibliotheek, in 1915
ƒ 1302,25'/2, het volgende jaar met precies één cent zijn gestegen. Controle
van de boeken toont aan dat aan salaris ƒ 500,— werd betaald en dat
ƒ 802,25'/2 aan boeken, tijdschriften en porti werd uitgegeven. In 1916 kon
het salarisbedrag tot ƒ450,— verminderd worden, omdat een nieuwe assis-
tent in dienst was getreden. De uitgaven voor boeken, tijdschriften en porti
kwam toen exact op ƒ 852,26'/2 zodat het totaal inderdaad één cent met dat
van 1915 verschilde. Met andere woorden, in het budget van ƒ 1300,— zat
een elasticiteit van ƒ 2,25'/2 tot ƒ 2,26'/2. In 1923 zijn de bibliotheek-uitga-
ven ƒ 1309,56 en dat is nauwkeurig berekend een bezuiniging van 23'/2 cent
ten opzichte van 1922.
Breen is de eerste bibliothecaris die een beleid uitstippelt. Het woord
uitstippelen geeft hier aan dat hij telkens op dit beleid terug moet komen,
27
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's