Wetenschap en rekenschap - pagina 152
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
I A DIEPENHORST
leven achter zich. Werkzaam op de Provinciale Griffie te Assen studeerde hij
gelijktijdig in Groningen en verbond zich na het verwerven van de meestertitel aan
de Vereniging van Nederlandse Gemeenten te Den Haag. Gedurende de oor-
logsjaren was voor het oog de ellende van concentratiekamp en transport goed
doorstaan. De openbare les ging over Vastheiden vaagheid in het bestuursrecht, een
aardige titel voor een zich met een onrustig recht bezighoudend betoog. Het mocht
overigens tamelijk vreemd aandoen dat een bedaard, precies man zulk bewegelijk
recht doceerde. Bij eerste kennismaking treffen zijn precisie, de wat spitse be-
hoedzame benadering, berustend op gevoelige waarneming, het naar voren halen
van eenvoudige elementen bij ingewikkeld aandoende verschijnselen. In een
nadere omgang vielen op ironie en geestigheid die door het gevolleerde optreden
heenkierden, een koppige rechtlijnigheid ook die hem in wereldlijke aangelegen-
heden — de bezetting — en in kerkelijke zaken — de vrijmaking — partij deed
kiezen.
De openbare les werd gevolgd door twee inaugurele redevoeringen daar hij in
1958 aan de beide hoofdstedelijke universiteiten een benoeming tot buitengewoon
hoogleraar in het administratief recht had gekregen. Hij vroeg in hetzelfde jaar
aan de Vrije Universiteit orerend, aandacht voor Blijvende terugtred, geslaagd
beginnend met de zin „Naarmate de wetgever voortschrijdt, treedt hij terug".
Verderop bleek hoe hij ook de rechter zich in dezelfde richting zag bewegen.
Daarom wees hij het middengebied van het veld der rechtsvinding toe aan het
bestuur, als noch voor de wetgever, noch voor de rechter bereikbare terreinge-
deelte bij inachtneming van goede spelregels. Het spel was daar wel het gevoeligst
en de rechter wilde hij daar met een door hem geliefde term ,,ter marginale
toetsing" inschakelen, maar niet als scheidsrechter, veeleer als grensrechter. De
inauguratie bij de Universiteit van Amsterdam, Formeel en vaag, die de onsplits-
bare leer van de wilsverklaring bij het toetsingsrecht van gemeenteverordeningen
behandelde, was een soms wat zwaar lopend betoog, dat de toehoorders hoge eisen
moet hebben gesteld. In 1968 publiceerde Van Wijk Hoofdstukken van admini-
stratief recht, een boek van bescheiden omvang waarop hij, die nooit promoveer-
de, zeer was gesteld. Bijzonder heeft hij gewaardeerd dat in 1974, toen hij ge-
dwongen was emeritaat aan te vragen, de bundel Besturen met recht, een keuze uit
zijn werk bevattend, verscheen.
Getroffen door familieverdriet, de dood van zijn oudste zoon, zichzelf bewust van
niet bestendige kracht en geleidelijk falende lichamelijke en geestelijke vermogens
heeft hij, met hartelijkheid omringd, waardig het einde afgewacht. Van Wijk, die
zelf nogal eens meteen aan de Bijbel ontleende uitdrukking of vergelijking kwam
— de commissaris van de Koningin geworden Verdam werd met de op zoek naar
ezelinnen zijnde koning Saul vergeleken — zou zich stellig graag een juridische
„lederbereider" hebben horen noemen.
In 1958 hield H. Bianchi (1924) die aan de Vrije Universiteit studeerde en in 1956
aldaar gepromoveerd was over Position and subject matter of criminology, een
148
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's