Wetenschap en rekenschap - pagina 37
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE VRIJE UNIVERSITEIT ALS BIJZONDERE INSTELLING 1880 1980
belast zou worden met o m het geven van advies over eventuele herzieningen der
statuten Deze Raad werd in december 1967 geïnstalleerd
Deze commissie had geen eenvoudige taak en zeker met voor zover die betrekking
had op de betekenis van de grondslag voor de verschillende wetenschappen Het
was in feite hetzelfde probleem als waarmee de eerste generatie tegen het einde
van de vorige eeuw en het senaatscongres van 1959 hadden geworsteld In eerste
instantie discussieerde de commissie over het begrip „gereformeerde beginselen"
en vervolgens over wetenschapsbeginselen in het algemeen Over de aard van het
begrip wetenschap, mede in verband met beginselen als vooronderstellingen, kon
men echter met tot overeenstemming komen
Daarom werden geen verdere pogingen in het werk gesteld het begrip wetenschap
nader te definiëren Overigens was men het er wel over eens, dat de stellingen van
1896 niet meer als „model" konden dienen Daarmee werd echter met ontkend,
dat vooronderstellingen en levensbeschouwelijk uitgangspunten een rol speelden
in de wetenschapsbeoefening, maar hoe deze operationeel gemaakt zouden kun-
nen worden zou wellicht het beste kunnen worden bestudeerd van uit de onder-
scheiden vakgebieden Wat de grondslagformulering betreft, daaromtrent slaagde
de commissie er wel in met een advies te komen Dit was in overeenstemming met
hetgeen directeuren en curatoren voor ogen had gestaan, namelijk een formule-
ring, waarin de grondbeginselen van de reformatie op een duidelijke en de huidige
generatie aansprekende wijze zouden moeten worden weergegeven Daarbij
moest enerzijds de verbondenheid met de vroegere generatie intact blijven en
anderzijds de mogelijkheid tot uitloop naar nieuwe tijden en situaties open blijven
De geestelijke stroomversnelling vroeg ook voor de toekomst een goed kompas dat
de koers aangaf, waarnaar men zich zou kunnen richten
Alvorens het echter zover was, vond er in een ander verband nog een bezinning
plaats over de universiteit als christelijke instelling In het begin van 1968 namelijk
belegde de senaat een congres over de toekomst van de universiteit De opzet was
een gans andere dan die van het congres van 1959 De groei en de toenemende
betekenis der wetenschappelijke staven, de ontwikkelingen in de studentenbewe-
ging zowel landelijk als binnen de eigen universiteit maakten het vanzelfsprekend,
dat nu behalve hoogleraren en lectoren ook de wetenschappelijke medewerkers en
de studenten tot deelname werden uitgenodigd en voorts ook de administratieve
staf Het werd derhalve een tamelijk groot congres de presentielijst telde circa
vierhonderd deelnemers
Ter discussie stonden vijf van te voren uitgereikte referaten 1 de balans van het
verleden (Wiennga), 2 en 3 het christelijke in de Vrije Universiteit (de filosoof
Van der Hoeven en de theoloog Kuitert), 4 de toekomstige ontwikkeling van de
Vrije Universiteit (De Gaay Fortman en Lever), 5 leefbaarheid binnen en be-
stuurbaarheid van de Vrije Universiteit (Doets)
Zowel uit de'referaten als uit de discussies in de vele discussiegroepen bleek zeer
duidelijk, dat het denken over christelijke wetenschap en christelijke weten-
schapsbeoefening sedert het vorige congres een heel eind was voortgeschreden De
33
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's