Wetenschap en rekenschap - pagina 21
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE VRIJE UNIVERSITEIT ALS BIJZONDERE INSTELLING 1880-1980
der antithese" en vrij van de staat en van de kerk.
Dat werk bestond uit het bedrijven van wetenschappelijk onderzoek en het geven
van onderwijs op de basis van de beginselen zoals deze in het statuut der Vereni-
ging waren geformuleerd. In de volgende hoofdstukken is er, althans ten dele,
rekenschap van gegeven, hoe dat in de praktijk gedaan is. Hier gaat het hoofdza-
kelijk om de vraag, hoede V.U.alseen christelijke universiteit van 1880 geworden
is tot de V.U. van nu. Zij begon haar presentatie met een grondslagartikel als
visitekaartje. Tegen het einde van de eerste eeuw van haar bestaan kreeg zij een
ander visitekaartje. In de plaats van het eerste kwamen er twee, die, omdat zij aan
elkaar gekoppeld waren, toch in feite één vormen. Op het ene presenteerde de
Vereniging haar nieuwe grondslag in deze bewoordingen: ,,De Vereniging staat
voor alle arbeid die vfin haar uitgaat, met name voor het wetenschappelijk on-
derwijs en onderzoek dat aan de Vrije Universiteit plaats vindt, op de grondslag
van het evangelie van Jezus Christus, dat naar de openbaring in de Heilige Schrift
de mens in zijn gehele leven roept tot de dienst en verheerlijking van de ene God,
Vader, Zoon en Heilige Geest, en daarin tot de dienst van de medemens."
Deze wijziging vond plaats na de invoering van de Wet Universitaire Bestuurs-
vorming en omdat de universiteit als gevolg daarvan, in tegenstelling tot daarvoor,
eigen bestuursorganen had gekregen, werd in haar eigen reglement een artikel
opgenomen, waarin haar karakter tot uitdrukking werd gebracht in de doelstel-
ling: „De universiteit stelt zich ten doel, overeenkomstig de grondslag der Ver-
eniging, al haar arbeid in gehoorzaamheid aan het Evangelie van Jezus Christus te
richten op het dienen van God en Zijn wereld." Wat heeft zich tussen deze twee
punten in de tijd afgespeeld, dat tot deze wijziging van de grondslag heeft geleid en
wat is de betekenis ervan voor de Vrije Universiteit?
Vol goede moed toog men na de openingsfeesten aan het werk, maar al spoedig
bleek, dat er een nadere interpretatie van het grondslagartikel nodig was. Zijde-
lings was de noodzaak ervan reeds aan de orde gekomen naar aanleiding van de
vraag, of studenten bij de examens behalve op deskundigheid ook op het punt van
richting en beginsel moesten worden getoetst. In dit verband werd toen ook
gediscussieerd over de vraag wat onder wetenschap moest worden verstaan. En in
1889 werd door het college van curatoren geconstateerd, dat ten aanzien van de
betekenis van het grondslagartikel geen duidelijke en geldige verklaring kon
worden gegeven. Men voer in de mist, althans voorzover het de toepassing van de
gereformeerde beginselen op niet-theologische vakken betrof. Het ging in feite om
de vraag, wat de betrekking was tussen beginselen en wetenschap. Dat daarover
vóór 1880 nog niet grondig was nagedacht kan het kleine groepje mannen, dat de
stichting der Vrije Universiteit had beraamd, moeilijk euvel worden geduid. Wat
Kuyper zelf betreft zou men de jaren zeventig in dit opzicht als zijn eerste leerjaren
kunnen beschouwen, maar in dit decennium had hij zich met zoveel dingen bezig
gehouden, dat hij op geen stukken na tot de uitwerking van een (gereformeerde)
wetenschapstheorie was toegekomen. Pas in zijn Encyclopaedie der heilige god-
17
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's