Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 20
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
verhaal met gegevens over de huisvesting, het optreden van de Bibliothe-
carissen Breen en Wille en de schenkingen van de bibliotheken van Ba-
vinck en Rutgers.^ Het gedenkboek: Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit
door dr. J. Roeünk vermeldt de bibhotheek zeer terloops, maar het boek
bevat een vraaggesprek met de bibliothecaris H.A. Höweler, gebaseerd op
een in deze bundel opgenomen bijdrage.^
Een aantal malen werd de bibliothecaris tevens de historicus van de
universiteit. P.C. Molhuysen schreef in 1905 de Geschiedenis der Universi-
teitsbibliotheken te Leiden, waarop in later jaren zijn Bronnen tot de ge-
schiedenis der Leidsche Universiteit volgden. De Delftse bibliothecaris mr.
H.H.R. Roelofs Heyrmans stelde in 1906 het Gedenkschrift van de Ko-
ninklijke Akademie en van de Polytechnische School 1842-1905 samen ter
gelegenheid van de oprichting der Technische Hogeschool. Daarin schreef
hij zelf verschillende onderdelen en behandelde ook de bibliotheek.
Dr. J.H. Kernkamp, van 1929-1946 medewerker van de Koninklijke
Bibhotheek en van 1946-1949 Bibliothecaris van de Rijksuniversiteit te
Utrecht, schreef geen bibliotheek- of universiteitsgeschiedenis. Maar na
zijn bibhotheekloopbaan werd hij hoogleraar in de economische geschie-
denis, in 1948 te Rotterdam en in 1953 te Leiden en Utrecht. De historicus
dr. D. Grosheide volgde Kernkamp te Utrecht als Bibliothecaris op, zodat
hier bibliothecaris en historicus elkaar afwisselden. Voor het verleden kan
men meer bibliothecarissen aanwijzen die ook geschiedschrijvers waren.
De Amsterdamse BibHothecaris H.C. Rogge werd bijvoorbeeld in 1890
hoogleraar geschiedenis. Maar noch de bibliothecaris die historicus wordt,
noch de historicus die bibliothecaris wordt staat garant voor een opbloei
van de bibliotheekgeschiedenis.
Voor Utrecht moeten we teruggaan naar 1904 toen de Bibliothecaris J.F.
van Someren zijn boek publiceerde over De Utrechtsche Universiteitsbi-
bliotheek; haar geschiedenis en kunstschatten vóór 1880. Daarna schreef A.
Hulshof maar negen bladzijden over de bibliotheek in het gedenkboek De
Utrechtsche Universiteit 1815-1936, aangevuld door 21 bladzijden over dit
onderwerp door J. van Heijst in de opstellen aangeboden aan dr. D.
Grosheide bij zijn afscheid als Bibliothecaris in 1978, getiteld Uit Biblio-
theektuin en Informatieveld.
De toekomst zag Brummel als gezegd voor de bibliotheekgeschiedenis
somber in. Voor een deel heeft hij gelijk. Toen de Universiteit van Am-
sterdam in 1976 een eeuw bestond, verscheen in het geheel geen gedenk-
boek. Dat was in 1932 anders toen het Gedenkboek van het Athenaeum en
de Universiteit van Amsterdam 1632-1932 verscheen. Daarin schreven de
Bibliothecarissen C.P. Burger en J.S. Theissen samen 23 bladzijden over de
Stedelijke Bibliotheek. De bibliotheek komt er zeer beknopt af in de
gedenkboeken van de Technische Hogeschool te Delft in 1955 en de
Nederlandsche Economische Hogeschool in 1963 en 1973.''
Leiden heeft echter bij de viering van het vierhonderd-jarig bestaan wel
weer speciale aandacht geschonken aan het theatrum anatomicum, de
4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's