Wetenschap en rekenschap - pagina 260
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C C JONKER
het dat hij kennis kan verkrijgen over de werkelijkheid? Is die werkelijkheid en de
plaats van de mens daarin contingent? Schept de mens door zijn kennis als het
ware de wereldwerkelijkheid? Ontvangt de mens slechts zintuigelijke indrukken
als op een onbeschreven blad?
Men kan op al deze vragen antwoorden vinden vanuit de christelijke levensover-
tuiging, die de Godsopenbaring in hoofdpunten bevat. Men kan deze „leer"
gelovig aanvaarden of slechts formeel beamen. In beide gevallen zijn de ant-
woorden: De mens èn de wereld waarin hij leeft zijn het werk van God, de
almachtige Schepper, die mens en wereld op elkaar heeft aangelegd op een
zodanige wijze, dat de mens betrouwbare, maar geen absolute, onfeilbare kennis
kan verkrijgen. Deze twee-eenheid van mens en wereld is betrokken in de strijd
tussen goed en kwaad. In deze strijd zoekt de mens wankelend zijn weg, maar
wordt door Christus meegenomen in Zijn Rijk, dat de mens èn de wereld ver-
nieuwt en redt. Daar deze vernieuwing onderweg is, spant de mens zijn krachten in
om dit Rijk naderbij te brengen tot Christus' wederkomst. Bij deze inspanning'
behoort de dienst aan de medemens, de verkondiging van het Evangelie en het
nadenken over alles wat er in de wereld is. Ook zijn experimenteren en theoreti-
seren in de wetenschap en het doorgeven van de verkregen kennis behoren lot de
opdrachten die hij zo goed mogelijk moet vervullen, opdat de lof van God over
Zijn schepping en verlossing gehoord wordt.
Wanneer zal de mens nu ook déze voorwetenschappelijke vragen actief overwegen
en ze niet alleen traditioneel of formeel instemmend voor gezien houden? Alleen
dan als hij niet slechts instemt met de christelijke leer, maar in een levend en
bewust geloof met Christus verbonden is. Dan zal hij deze vragen over de mens in
de wereld zeer belangrijk vinden en er intensief mee bezig zijn, daar zij zijn diepste
zijn als mens op aarde betreffen. Als hij wetenschap doceert zal hij met gelijkge-
zinden hierover willen praten en zijn houding willen vinden of toetsen in de
gemeenschap van christenen, waarin hij werkt. Bij zijn onderwijs zal deze houding
de sfeer van de onderwijssituatie bepalen, maar hij zal ook rekenschap willen
afleggen van zijn overwegingen over de basis van de wetenschappelijke kennis en
hij zal de waarde daarvan willen aangeven.
Terugkerend tot de in het begin van deze epiloog gestelde vragen ov^r christelijke
natuurwetenschap blijkt dat de beide mogelijke antwoorden in een uitsluitend
ontologische vorm gegeven zijn: christelijke wetenschap is er of is er niet. Het
bovenstaande betoog bestaat uit drie schakels, die in elkaar grijpen en een ver-
binding leggen vanuit de natuurwetenschap naar het geloof en omgekeerd. Men
kan binnen het gebied van de eerste en derde schakel werkzaam zijn zonder dat
men veel aandacht geeft aan respectievelijk de derde of eerste schakel. Het resul-
taat is dan ook al gauw de scheiding tussen deze beiden. Het belangrijkste is, dat
alle schakels functioneren. Daarom is het beter de spraakverwarring over de term
christelijke natuurwetenschap, als resultaat van een natuurwetenschappelijke
methode, niet voort te zetten. Het is duidelijker de wetenschappelijke activiteit,
zoals die in het geheel, gesymboliseerd in de drie schakels optreedt, een saam-
256
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's