Wetenschap en rekenschap - pagina 138
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
LA DIEPENHORST
het oog. Door de hoogleraar Heringa — aan de Universiteit van Amsterdam
verbonden — erbij gehaald, trachtte hij een academisch front te vormen, werd hij
in 1943 voorzitter van het hooglerarenverzet en benoemde men hem in 1944 vanuit
Londen tot lid van het nationale College van vertrouwensmannen. In februari
1945 maakte hij een reis naar Duitsland, een allergevaarlijkst avontuur. Hij be-
zocht de in Ilmenau vastgehouden Colijn en deed de ronde langs oorden, waar
Nederlandse studenten, die de loyaliteitsverklaring getekend en in Duitsland te
werk gesteld waren, zich bevonden. Zijn spreekuur in patria was vermaard en
vanuit het gehele land werd het bezocht, met het resultaat dat ook tussen de
bezoekers onderling contacten ontstonden. Velen, zoals zijn opvolger in het rec-
toraat Coops en de latere hoogleraar in de juridische faculteit Okma, danken aan
hem hun leven. In de kring der ambtgenoten was hij één der meest uitgesproken
figuren; zijn energie leek bij tijden tomeloos.
Oranje's vroege in ootmoed aanvaarde dood heeft hem teleurstelling bespaard.
Groteren dan hij — men mag zijn beperktheden niet over het hoofd zien vanwege
zijn in het oog springende deugden — waren ongelukkig met de na 1945 volgende
loop der dingen en gaven daarvan blijk. Of Oranje met zijn onstuimigheid, im-
pulsieve geldingsdrang, een man van gering historisch besef en met ook een trek
van ongevoeligheid in zijn karakter — iets dergelijks was in tijd van oorlog een
voordeel — zich in het tijdperk van vrede dat aanving zou hebben kunnen vinden?
Of het hem aan de vereiste wijsheid niet zou hebben ontbroken? Zou hij niet te
kranig zijn geweest? Wat hij deed verliest door zulke vragen niet aan waarde en
verzekert hem veeleer een plaats in de geschiedenis van academisch Nederland,
van zijn universiteit meer speciaal, en van de faculteit aan welke hij verbonden
was, allerbijzonderst.
Van 1941 tot 1970 verzorgde H.J. Hellema (1900), die aan de Universiteit van
Amsterdam rechten had gestudeerd en, sedert 1924 advocaat en procureur in de
hoofdstad, het rechtsleven goed kende, het onderwijs in het belastingrecht en de
leer der openbare financiën als buitengewoon hoogleraar. Zijn inaugurele oratie
handelde over De rechtsgrond der fiscaal-rechterlijke privileges, maar zijn de
Duitsers niet welgevallige benoeming leidde tot een bijkans drie maanden duren-
de gevangenschap in het Amerfoortse concentratiekamp. Hij gaf, voortdurend met
de studenten voeling houdend, doorwerkte colleges en legde in pre-adviezen,
tijdschriftartikelen en vaak kritische annotaties op arresten van de Hoge Raad het
resultaat van zijn studie neer, tijdens een kort maar intensief bekleed lidmaatschap
van de Eerste Kamer (1952-1956) zijn opvattingen kenbaar makend, een niet
ambtelijke beoefenaar van de fiscale wetenschap, die het opnam tegen hen die
bepaald ambtelijk dachten. „Doktor-Vater" van heel wat promovendi oefende hij
verder in ruime kring invloed. Het was steeds zijn bedoeling het belastingrecht in
wijder civiel verband gevat — dus met verwerping van de autonomiegedachte door
een aantal belastingspecialisten aangehangen — op de praktijk toe te snijden, goed
historisch verantwoord en lerend van rechtsvergelijking met andere landen. Man
134
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's