Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 254
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
ontvingen de monniken een vergoeding voor het lezen van missen buiten
het klooster. Soms kwam er een legaat binnen, b.v. in 1538 6 gl., te besteden
aan een nieuwe mantel voor broeder Guilhelmus.^* Andere incidentele
inkomsten kwamen uit de verkoop van afgedankte spullen, zoals twee
wollen mantels (1539), een oude wagen (1541) en een melkemmer (1544).^^
Er ging ongetwijfeld veel tijd in zitten om de zaken van het klooster naar
behoren te regelen, maar het onttrekt zich aan onze waarneming hoe de
monniken dit werk aanpakten. Wel valt het bij het doornemen van de door
prior Pelgrom nauwkeurig bijgehouden jaarrekeningen op dat de Bossche
Wilhelmieten veel gereisd hebben. De prior bezocht uiteraard regelmatig
de kapittelvergaderingen, die om de beurt in één van de huizen van de
Franse provincie van de orde werden gehouden. Simon Pelgrom deed dit
voor de eerste maal in 1539, toen hij met broeder Stephanus uitgezonden
werd naar het kapittel in Luik.''^ Bovendien werden in 1542 en 1543
verscheidene reizen ondernomen naar Brussel en elders teneinde de na-
sleep van de gedwongen afbraak van het oude Baseldonk te regelen.
Daarbij was b.v. een verblijf van zes weken in Brussel van de prior en de
supprior.*^ De cellarius, Adrianus Voet, ging er ook regelmatig op uit,
maar zijn bestemmingen lagen dichter bij huis, in plaatsen als Uden, Tiel
(1539), en Oisterwijk (1542), waar hij misschien inkopen gedaan heeft.'^^
Ook bij bijzondere familieaangelegenheden kregen de monniken toe-
stemming zich buiten het klooster te begeven. Zo gingen Jacobus en Be-
nedictus in 1544 naar Geldrop voor de begrafenis van hun moeder. Drie
jaar later ging broeder Jacobus opnieuw naar Geldrop, ditmaal om zijn
tante te begraven.^^ Minder noodzakelijk was het uitstapje van Henricus,
die in 1545 ter gelegenheid van een verjaardag naar Oisterwijk ging,*'* en
het verblijf van de cellarius in Gouda om zich te ontspannen met zijn
vrienden (1544) was helemaal van een andere orde."*^ We vinden trouwens
bijna elk jaar posten van het soort „supprior met br. Jacobus voor ont-
spanning in Roermond, 1 Vi gl." (1547).''^ De wereldverzaking speelde inde
zestiende eeuw bij de geestelijke erfgenamen van Wilhelmus van Mala-
valle geen overheersende rol meer.
De voedingsgewoonten van de Wilhelmieten kunnen ons eveneens iets
vertellen over de manier waarop zij hun dagelijks leven inrichtten. Tot de
aankopen op het gebied van de voeding behoorden tarwe en haver, rijst en
speltgort, alsmede gerst voor de brouwerij. Bij de groente- en fruitsoorten
vinden we kool, erwten, rapen, uien, wortelen, druiven, amandelen, vijgen,
appels, peren, kersen, granaatappels en noten. Verder kocht men eieren,
kaas (Hollandse, Vlaamse en komijnekaas), vis (o.a. zalm, stokvis, aal),
vlees en gevogelte. Voor de toebereiding gebruikte men o.a. Gorcumse
boter, zout, azijn, aromatische spijzen, raapolie en olijfolie. Daarbij dron-
ken de monniken graag een goed glas wijn. De jaarlijkse wijnaankopen
staan gewoonlijk onder een apart hoofd, soms met vermelding van de
gelegenheid waarbij men de wijn dronk. Bij de begrafenis van prior Jaco-
bus Donck in 1539 werd er voor 8 gl. 2 st. Rijnse wijn opgedronken (101
238
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's