Wetenschap en rekenschap - pagina 322
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. R. VAN DE FLIERT
afgerond. Naast interessante kwartairgeologisch-(chrono-)stratigrafische resulta-
ten leverde dit onderzoek tevens een belangrijke bijdrage voor de bewoningsge-
schiedenis van het gebied.
De toewijzing van de kwartairgeologie in het kader van de landelijke herstructu-
rering stimuleerde ook de geologische aanpak bij de fysisch geografen en gaf mede
gelegenheid tot diversificatie en tot verbetering van de geologische methoden. Zo
werden een sedimentoloog en een sediment-petrograaf aangetrokken en kon ook
de palynologie worden ingebracht door de benoeming van Th. van der Hammen,
lector aan de Universiteit van Amsterdam, tot buitengewoon hoogleraar in de
palynologie van het kwartair. De palynologie vormt een onderdeel van de (pa-
leo-)botanie en omvat de kennis van pollen (stuifmeelkorrels) en sporen, die van
groot belang zijn gebleken voor de bepaling van ouderdom en milieu (flora,
klimaat) van de afzettingen waarin ze fossiel gevonden worden. Met deze uit-
breidingen werd het in de loop van de jaren zeventig mogelijk aan meer funda-
mentele probleemstellingen te werken, waarin met name de palynologie — aan de
Vrije Universiteit de enige plaats waar deze binnen de geologische subfaculteit
beoefend wordt — een bijdrage gaat leveren, niet alleen aan de stratigrafie van het
Kwartair en de bepaling van het afzettingsmilieu, maar vooral ook ter bepaling
van het ecologisch milieu van het landschap en vegetatie,, klimaat en bodemge-
steldheid. Juist ook terwille van dit laatste, de paleoecologische vraagstelling, is in
de laatste jaren het, oorspronkelijk in de bodemkunde ontwikkelde, zogenaamde
micromorfologisch onderzoek ter hand genomen.
Zo heeft ook in dit tweede decennium het accent gelegen op het kwartairgeologi-
sche en door geologische onderzoekmethoden bepaalde laaglandgenetische on-
derzoek. Daarbij ontwikkelen zich hier en daar relaties met de archeologie, in welk
verband, naast het bovengenoemde, vermeld mogen worden: het paleoecologisch
onderzoek van het gebied van de benedenrivieren (Alblasserwaard) en, in mindere
mate, ook in het onderzoek in N.O. Friesland'^.
Naast deze vooral regionaal bepaalde onderzoekprojecten werd er ook meer
specialistisch gewerkt, bijvoorbeeld in een sedimentologisch onderzoek van be-
paalde afzettingen uit het IJsselmeerpolder gebied'^ Andere meer specialistische
onderwerpen richten zich meer op een centraal thema in het onderzoek van de
vakgroep, namelijk de aard en de invloed van de zeespiegelbewegingen in het
Holoceen en de methodiek van onderzoek van deze verschijnselen.
Naast de geologische aanpak, in nauwe relatie met de ontwikkeling van de kwar-
tairgeologie, kan een tweede accent in het onderzoek worden aangewezen daarin
dat dit vooral op het jongste tijdvak, het Holoceen, heeft gelegen.
Onderzoek van oudere. Pleistocene gebieden, waarin naast de palynologische
vooral sedimentpetrografische en geomorfologische methoden een rol spelen, is
evenwel in de loop van de jaren zeventig op gang gekomen. Genoemd mogen
worden onderzoeken in Brabant en Drente, het onderzoek in het gebied van
Uelsen, juist over de Duitse grens ten Noord-Oosten van Almelo en een onderzoek
in Denemarken.
316
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's