Wetenschap en rekenschap - pagina 368
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
A TH VAN DEURSEN
schreven. Maar de bronnen zijn toch al in de negentiende eeuw flink gaan stro-
men. We zien dat in alle Europese landen: in Duitsland de Monumenta, in
Engeland de Calendar of State Papers, in Spanje de Colección de Documerttos
Inéditos, in Frankrijk de Archives Parlementaires en vele andere belangrijke
series. Ook Nederland is niet achtergebleven. Reeds onder koning Willem I start-
ten de Archives ou Correspondance inédite de la Maison d'Orange-Nassau. Het
Historisch Genootschap begon met bronnenuitgaven in 1845, en tal van andere
verenigingen hebben dat voorbeeld gevolgd.^
Het wezenlijke lijkt mij dan ook niet dat Fruin met minder bronnen genoegen nam
dan Blok of Colenbrander. Maar hij richtte zijn aandacht vooral op perioden
waarvoor de bronnen reeds in ruime mate waren ontsloten. Hij heeft zich bij
voorbeeld vrijwel nooit ingelaten met de jaren 1576-1585, omdat er nog te weinig
materiaal beschikbaar was." Dat hebben zijn leerlingen ook gezien en begrepen.
Zij beschouwden het als voorwaarde voor historisch onderzoek, dat de bronnen in
gedrukte vorm beschikbaar zouden zijn. Dezelfde opvatting had Thorbecke reeds
in 1826 beleden. „De bescheiden zijn eerst dan, als een algemeene en duurzame
ligger, waarlijk bruikbaar voor de geschiedschrijving, nadat hunne historische
geaardheid, echtheid en geloofwaardigheid op zich zelve, in een doorloopend
verband, is opgehelderd". De geschiedschrijving van Nederland zou daarom
moeten rusten op ,,eene wel geordende, kritische, het historisch gezag der enkele
stukken verklarende uitgave der oorspronkelijke bronnen".' Een bronnenuitgave
is naar deze opvatting meer dan het alleen maar vermenigvuldigen van de docu-
menten. Tussen de archivalia en de geschiedschrijving vormt de bronnenuitgave
een onmisbare schakel. De uitgever ordent de stukken, spoort de in zijn bronnen
genoemde documenten op, en voegt de nodige indices toe. De model-uitgave naar
dit systeem blijven Japikses Resolutiën der Staten-Generaal. Daar is Thorbeckes
leer ook volledig van toepassing, want in onuitgegeven staat zijn deze resoluties
voor onderzoek nauwelijks bruikbaar.
Al te strikt heeft men deze opvatting natuurlijk ook weer niet gehuldigd. In de
school van Fruin zijn verscheidene dissertaties verschenen, die zich baseren op
ongedrukt materiaal, bijvoorbeeld die van F.CA. Geyl in 1913 en van A. Goslinga
in 1915. Beide hebben hun archiefonderzoek trouwens voornamelijk in het bui-
tenland verricht, en men kon nu eenmaal niet blijven wachten tot Engeland en
Italië hun ook voor de Nederlandse geschiedenis belangrijke archivalia hadden
doen drukken. Doch gold het Nederlandse bronnen, dan moesten ze liever worden
uitgegeven, op zodanige wijze dat ze een doorlopend geschiedverhaal konden
schragen. Dat was een noodzakelijke grondslag. Zo schrijft bij voorbeeld Blok, dat
de negentiende-eeuwers de middeleeuwen weliswaar niet hadden verwaarloosd,
doch dat de goede basis pas was gelegd met kritische uitgaven van oude kronieken
en moderne oorkondenboeken.'
362
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's