Wetenschap en rekenschap - pagina 506
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C. S A N D E R S / L . K. A. EISENGA
en verzoeking, als uitverkiezing en wedergeboorte, vinden in deze diepste zelfi-
dentificatie hun oorsprong. Deze zelfidentificatie (of geloofskennis) is daarbij niet
zuiver een zaak van inzicht, maar tevens van een beslissing. Zij speelt zich immers
af... op een ander niveau dan dat der wetenschap, op een niveau waarop geen
objectivering mogelijk is, waar geen koele causale analyse van feiten gegeven kan
worden. Het gaat ten diepste om „onuitsprekelijke wcTkehikhcdcn" (1969, p. 227).
Met andere woorden, volgens Sanders was de werkelijkheid waarover in het geloof
gesproken werd van een andere geaardheid dan de werkelijkheid waarover de
wetenschap sprak: „Vanuit dit gezichtspunt is het oude probleem van geloof en
wetenschap een pseudoprobleem. Het gaat in die vraagstelling om twee onverge-
lijkbare grootheden, om zaken die zich op een geheel ander plan afspelen. De taal
van het geloof is, anders dan de taal van de wetenschap . . . een proclamatietaal,
een taal die zich niet richt tot de toeschouwende wetenschapsmens, maar tot de
mens die volledig mens is, die op zoek is naar een bevrijdend perspectief' (o.c, p.
222).
Wat nu in deze gedachtengang de opening vormde naar de liberalisatie van het
methodologisch denken van de jaren zeventig was de sterke nadruk die hij legde
op het model-matig karakter van wetenschappelijk-psychologische theorieën.
Want als dat eenmaal gezegd is, moet ook de vraag onder ogen gezien worden in
hoeverre het in de psychologie mogelijk is om basis-uitspraken te bereiken die,
zoals Fokkema het uitdrukte, niet meer dan een „soort algemeen-menselijke
voorwetenschappelijkheid" reflecteren. Men kan dan immers de vraag opwerpen
in hoeverre deze basis-uitspraken wel onafhankelijk kunnen zijn van het model
dat men hanteert. Maar, nogmaals, dit probleem kwam pas in de jaren zeventig
aan de orde.
Gedragspsychologie en behaviorisme
Na dit overzicht van de denkbeelden die in de jaren zestig over de verhouding
tussen psychologie en geloof leefden, is dan nu de vraag aan de orde wat de
psychologie-beoefening in deze periode kenmerkte.
Bij de beantwoording hiervan willen wij ons oriënteren op de kritiek die in de jaren
zeventig met name van studentenzijde op de gang van zaken in de psychologie
geleverd werd, namelijk dat deze een sterk positivistische en behavioristische
inslag had. In dat verband werd dan gewezen op de nadruk die gelegd werd op de
methodologische fundering van de psychologie, het gebruik van voornamelijk
Amerikaanse leerboeken waarin de psychologie als een (experimentele) gedrags-
wetenschap beschouwd werd en tenslotte de geringe mate aan praktische en
maatschappelijke relevantie van het verrichte (laboratorium) onderzoek.
In eerste instantie lijkt deze kritiek gerechtvaardigd te zijn. Want inderdaad
voltrok zich in de jaren zestig een wending in de psychologiebeoefening die om-
schreven zou kunnen worden als een verlaten van het tot dan toe gevolgde
500
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's