Wetenschap en rekenschap - pagina 508
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C S A N D E R S / L K A EISENGA
deren en zijn daarop aansluitend pleidooi voor een veel hechtere empirische
onderbouwing van adviezen inzake de opvoeding van het kind ademde deze geest
(1962, p 3)
Wat hieruit duidelijk naar voren komt is dat de bovengenoemde wending van de
Duitse naar de Amerikaanse wijze van psychologie-beoefening zeker niet in de
eerste plaats geïnspireerd werd door een bewondering voor de aldaar vigerende
wetenschapstheorie (positivisme, operationalisme) Wat men daarin aantrof en
overnam waren een aantal concrete methodische beleidslijnen die het mogelijk
zouden maken de nog steeds toenemende psychologische praktijk uit te lichten
boven het niveau waarop , horoscoopschrijvers in een damesweekblad en waar-
zegsters op de kermis" zich bewogen en waarop, aldus Drenth, ook de intuïtief
werkende grafoloog zijn bezigheden verrichtte
Dit voert dan tot een tweede argument tegen de mening dat de psycholo-
gie-beoefening aan de V U positivistisch en behavioristisch was, namelijk dat de
meeste docenten slechts een vaag beeld hadden van de achtergronden van deze
stromingen en dat men, voorzover men er wel weet van had, deze niet overnam
Dit geldt zeker voor het positivisme, dat nauwelijks enige bekendheid genoot Dat
Fokkema in 1960 een inductieve wetenschapsopvatting afwees vloeide veelmeer
voort uit zijn kennisneming van het kritisch-rationalisme van Popper dan uit een
persoonlijke stellingname tegenover het positivisme Ook het door elkaar lopen
van de termen verificatie en falsificatie in de artikelen van Drenth (1962, 1963)
geeft aan dat voor hem procedures als het operationaliseren van begrippen of het
toetsen van theorieën door middel van daaruit afgeleide voorspellingen veeleer
behoorden tot de algemene regels van het wetenschappelijk bedrijf dan tot een, in
dit geval positivistische, wetenschapsopvatting
Voor wat het behaviorisme betreft geldt iets soortgelijks Dat men het gedrag als
het object van de psychologie ging beschouwen werd niet primair geïnspireerd
door het behaviorisme, maar door de veranderende opvattingen over de metho-
dische procedures die de psychologie als wetenschap moest volgen Illustratief
hiervoor zijn het ontbreken van iedere verwijzing naar toonaangevende behavio-
risten als Huil en Tolman, als ook Fokkema's opmerking dat het ingeburgerd
raken van het gedragsbegrip ,,niet zozeer duidt op het veld winnen van een
materialistische gedachtengang als wel op de invloed van methodologische
overwegingen op de doelstelling en werkwijze van de psychologie" Hoewel hij dit
laatste niet nader toelichtte, kan dit wel verduidelijkt worden door erop te wijzen
dat als het doel van de psychologie niet langer gezocht wordt in het „begrijpen"
maar in het voorspellen, men welhaast gedwongen wordt om de betekenis van het
psychologisch begrippen-arsenaal te expliciteren in termen van waarneembare
verschijnselen, zoals test-scores voor het begrip intelligentie, of wat iemand in een
situatie daadwerkelijk doet voor het begrip angst Een dergelijk vertalings-proces
reflecteert geen behaviorisme, althans behoeft dat niet noodzakelijkerwijs te doen,
maar primair een streven om uitspraken op een zo hecht mogelijk empirisch
fundament te baseren Vandaar dat het aldus ingevoerde gedragsconcept in wezen
502
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's