Wetenschap en rekenschap - pagina 30
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
W.J. WIERINGA
in menig opzicht voor haar dezelfde betekenis als voor de openbare instellingen,
maar sommige componenten ervan hadden toch voor haar een specifieke beteke-
nis.
Dit laatste was onder meer het geval met betrekking tot de expansie der Vrije
Universiteit. Vergeleken met de openbare universiteiten vertoonde haar groei-
curve in meer dan één opzicht een bijzonder stijl verloop. Dat was uiteraard ook
een gevolg van haar achterstandsituatie. Zij telde vlak na de oorlog nog slechts vier
faculteiten, die bovendien gerekend naar leerstoelen, hoogleraren en studenten
absoluut en relatief zeer klein waren. Pas na de oorlog kan zij uitgroeien tot een
volledige universiteit wat faculteiten betreft, mede dank zij de omstandigheid, dat
zij spoedig in aanmerking kwam voor gedeeltelijke subsidiëring. Aan de bij de wet
van 1905 gestelde eis, dat zij in 1950 vijf faculteiten moest hebben werd in 1948
voldaan door de oprichting van de faculteit der economische wetenschappen. In
1950 kon de reeds bijna van het begin af zo zeer begeerde faculteit der genees-
kunde worden ingesteld, waaraan later nog de subfaculteit der tandheelkunde
werd toegevoegd. Tevens kwam het nog tot instituering van de faculteit der sociale
wetenschappen en de centrale interfaculteit voor wijsbegeerte. Bovendien werden
de vier reeds bestaande faculteiten na de oorlog uitgebreid. Dat geldt met name
voor de faculteit van wiskunde en natuurwetenschappen en die van letteren, die
beide uitgroeiden tot samengestelde faculteiten met onderscheiden secties, c.q.
subfaculteiten, zodat ook deze vergelijkbaar werden met de zusterfaculteiten der
openbare universiteiten. Het behoeft geen nader betoog, dat het corpus docentium
en de wetenschappelijke staf een dienovereenkomstige expansie te zien gaven, en
eveneens de studentenpopulatie.
Deze expansie en de daaruit voortvloeiende schaalvergroting hebben in allerlei
opzicht mede een stempel gedrukt op de Vrije Universiteit. De binnenkomst van
nieuwe wetenschappen en daarmee van nieuwe wetenschapsgebieden, elk met
eigen methoden en technieken en probleemstellingen verruimden, om het zo te
formuleren, het wetenschappelijke blikveld. De uitgroei tot een volledige universi-
teit ging uiteraard ook gepaard met een sterke groei van het corpus docentium.
Wanneer men hierbij ook nog betrekt de ontwikkeling van de wetenschapsbeoe-
fening in het algemeen, en de daaruit voortvloeiende verandering in de relatie
tussen de wetenschap en de maatschappij, was het voor de hand liggend dat een
herbezinning op de grondslag der Vrije Universiteit en op de voorheen in zekere
zin gefixeerde relatie tussen de calvinistische beginselen en de wetenschapsbeoefe-
ning op een zeker ogenblik wel aan de orde moest komen. Daartoe droegen
voorts ook bij de na-oorlogse ontwikkelingen op kerkelijk, religieus en geestelijk
gebied, die in verschillende opzichten leidden tot een toenemende pluriformiteit
in de protestantse orthodoxie, hetgeen gepaard ging met een afbrokkeling van
de vroegere eenheid. Of om het anders te formuleren: de interne integratie nam
af
Nog een andere factor, die bijdroeg tot de verandering van het klimaat, was de
studentenpopulatie. Deze gaf niet alleen een stormachtige groei te zien, maar zij
26
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's