Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 277
huidige gebouw, maatschappelijk bezien, verborgen zijn,
en helpen die aan het licht te brengen. Dat geldt bepaald
niet alleen voor de studie van de ontwikkelingslanden,
maar zeer duidelijk ook voor die welke zich op onze rijke
westerse wereld richt, dat wil zeggen, voor de westerse
economie, sociologie en geografie. Het zou namelijk veel te
pretentieus zijn om een koppeling tussen doelstelling en
studie van ontwikkelingslanden zó eenzijdig te leggen,
alsof onze „sociëteit" géén architectonische kritiek zou
behoeven. Die architectonische kritiek is — ook nu — bij
ons noodzakelijk. Ze houdt juist ook verband met de
verhouding van de rijke met de arme landen.
Er zijn auteurs die stellen dat de problematiek van de
ontwikkelingslanden in de rijke landen opgelost moet
worden, omdat deze vóór alles voortvloeit uit centrum-pe-
riferie-verhoudingen, uit de verhoudingen die wij met de
ontwikkelingslanden hebben, en het begrip uitbuiting
komt dan naar voren. Dat is voor mij als enige invalshoek
te eenzijdig, maar wel is het zo dat wij momenteel nog
steeds geconfronteerd worden met een tweedeling in de
wereld, waarin de welvaartsverschillen nog steeds toene-
men. En deze eenvoudige constatering kan je ertoe bren-
gen je zeer serieus en zeer intensief te bezinnen op de vraag
hoe in één wereld de technische vooruitgang, die bij ons de
welvaart heeft gebracht, dit bij grote groepen mensen in
het overgrote deel van de wereld in het geheel niét heeft
gedaan, en dat zij er soms juist veel meer schade van
hebben ondervonden. En als vervolgvraag hoe je vanuit de
wetenschap mogelijkheden tot veranderingen zou kunnen
aangeven.
Zulk een bezinning vloeit niet voort vanuit een „filantro-
pisch", charitatief standpunt, maar vanuit — in de woor-
den van Kuyper — een sociaal uitgangspunt. Op zich zal
zulk een uitgangspunt voor het werk aan alle universiteiten
in ons land effecten moeten hebben, maar in ieder geval
aan de V.U.! Aan de V.U. is zulks voor mij vanzelfspre-
kend en tegelijkertijd zeer pretentieus. Vanzelfsprekend,
want de boodschap, de opdracht van de bijbel is: hongeri-
gen voeden en verdrukten recht verschaffen. Tegelijkertijd
ook zeer pretentieus: willen en kunnen we dat enigerma-
te?"
Hoe groot zijn de vrijheidsmarges bij weten-
schappelijk werk in dictatoriaal geregeerde lan-
den?
273
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's