Wetenschap en rekenschap - pagina 492
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
II
C . S A N D E R S / L . K A. EISENGA
hebben bij het zelfstandig worden van de psychologie. Beperken wij ons tot de
situatie in Nederland, dan blijkt dat het allereerst aan de invloed van het experi-
mentele onderzoek van Heymans te danken is dat de psychologie uit de schaduw
van de wijsbegeerte trad en zich als een afzonderlijk veld van studie aandiende. De
academische erkenning daarvan vond in 1921 plaats toen de mogelijkheid geo-
pend werd om een doctoraal examen wijsbegeerte met als hoofdvak psychologie af
te leggen. Maar wat op de achtergrond ook meespeelde in dit gebeuren waren zijn
toekomstverwachtingen over de praktische mogelijkheden van dit vak, een factor
die via het in de jaren twintig langzaam op gang komende wisselwerkingsproces
tussen een psychologisch „aanbod" en een maatschappelijke „vraag" mede ver-
antwoordelijk was voor de groei van de psychologie. Dit wisselwerkingsproces was
met name zichtbaar op het terrein van de mens en zijn werk, waar aan de
psychologische aanbodszijde de soms in gloedvolle bewoordingen uitgesproken
verwachting stond dat de psychologie in staat was voor iedereen het beroep te vin-
den dat het beste bij zijn of haar mogelijkheden paste. Aan de vraagzijde stond
de gaandeweg groter wordende behoefte van grote bedrijven, zoals Philips, aan
personeel dat geschikt was om in een sterk gemechaniseerd productieproces te
werken, met parallel daaraan een groter wordende roep van werknemerszijde om
een betere voorlichting omtrent beroepsmogelijkheden, scholing en keuze van een
werkkring. Dit proces leidde er nu niet alleen toe dat in het begin van de jaren
twintig diverse psychologische instellingen gesticht werden die zich op dit pro-
bleemveld bewogen, maar vormde ook de stoot tot het gebeuren dat in diezelfde
periode aan de meeste Nederlandse universiteiten afzonderlijke leerstoelen ont-
stonden voor de empirische psychologie en de toegepaste psychologie. Aan de
V.U. vond dit in 1929 plaats, toen J. Waterink benoemd werd voor de pedagogiek,
de psychotechniek en de verdere toepassingen van de psychologie, terwijl binnen
de faculteit der geneeskunde de psychiater L. van der Horst de experimentele
psychologie onder zijn hoede kreeg.
Psychologie en geloof
De wijze waarop deze toekomstverwachting over de praktische mogelijkheden
doorwerkte in de koers die de psychologie in Nederland ging varen, kan nu
gebruikt worden om het eigene van de psychologie-beoefening aan de V.U. tot het
eind van de jaren vijftig te schetsen.
Wat zich namelijk vanaf de jaren twintig in grote lijnen ging afspelen was dat veel
psychologen zich met enthousiasme wierpen op de verwezenlijking van het door
Heymans uitgesproken ideaal van de „eeuw van de psychologie". Dit deden zij
echter langs een heel andere weg dan die hem voor ogen gestaan had. Want had hij
bij dit ideaal opgemerkt dat de psychologie pas dan een bijdrage kon gaan leveren
aan het geluk en het welzijn van de mensheid als zij eerst via experimenteel
onderzoek de algemene wetmatigheden opgespoord had die het menselijk psy-
486
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's