Wetenschap en rekenschap - pagina 414
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J G KNOL
Kuyper laat er geen twijfel over bestaan dat de studie van de economische ver-
schijnselen noodzakelijk is en dat er „ook onzerzijds gestudeerd en gewerkt moet
worden". Werken en studeren in het kader van de universiteit, want noch „met
gemoedelijke praat noch met oppervlakkige algemeenheden komt men in de
sociale kwestie verder"-^.
Er speelt bij Kuyper een zekere jaloersheid als het gaat om de denkkracht van de
socialisten bij de bezinning op de maatschappelijke problemen. Van de socialisten
kan worden gezegd dat „in de studie en het degelijk onderzoek" hun zeer ernstige
kracht zit^. Hij confronteert de ernst van socialisten met de mentaliteit van vele
christenen die zich teweer stellen tegen het streven van Kuyper om de sociale nood
in zijn wezenlijke betekenis en omvang te onderkennen''.
In dit hoofdstuk zal worden nagegaan hoe de stand van de economische weten-
schap in de tijd van de oprichting van de Vrije Universiteit was en hoe deze zich
vanuit vroegere opvattingen heeft ontwikkeld.
In overeenstemming met het algemeen gevoelen ten tijde van de jaren tachtig van
de vorige eeuw was het waardeprobleem het centrale vraagstuk van de economi-
sche wetenschap. Het gaat, zo wordt gesteld, in de economie om een „calculus of
pleasure and pain"^ De ontwikkeling van de economische wetenschap tot aan de
jaren tachtig en negentig van de negentiende eeuw kan men demonstreren aan de
hand van de ontwikkeling in de waardeleer.
Waardoor wordt de waarde van goederen en diensten bepaald?
Er worden drie mogelijke oplossingen van het waardevraagstuk gegeven. De
eerste oplossing is die van de objectieve waardeleer. De oorsprong van de waarde
wordt teruggebracht op objectieve factoren en met name op de factor arbeid. De
oplossing valt in de periode van de klassieke school (1776-± 1850).
In de tweede plaats is er de oplossing die de oorsprong van de waarde verankerd
ziet in het nut; deze vindt men in de jaren 1870 bij de subjectieve scholen.
De derde oplossing, die in feite ook nu nog overheersend is, brengt de oorsprong
van de waarde terug tot de schaarste.
Ten tijde van de oprichting van de Vrije Universiteit was de derde oplossing al wijd
verbreid. De ontwikkeling van het economisch denken tot ver in de twintigste
eeuw kan worden gezien als een nadere uitwerking van de stelling dat de waarde
terug te brengen is tot een verhouding tussen vraag en aanbod op de markt.
2. De objectieve oplossing
De objectieve waardeleer is de eerste fase in het wetenschappelijk denken over
economische vraagstukken en deze leer vormt de hoeksteen van de theorieën van
Adam Smith, David Ricardo en Karl Marx.
Smith — die met zijn in 1776 verschenen boek An Inquiry into the nature and the
causes of the Wealth of Nations naar veler mening de titel van de vader van de
economische wetenschap verdient — was van mening dat de waarde van de
408
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's