Wetenschap en rekenschap - pagina 325
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE A A R D W E T E N S C H A P P E N AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
deze laatste in verschillende gebieden sterk uiteenloopt, zowel wat betreft de
hydrologische processen, de voorraad en de kwaliteit van het water, alsook het
gebruik en de behoefte, is het onderzoekterrein zeer gevarieerd en breed. Waar het
onderwijs in verband daarmee een zo breed mogelijke opleiding vergt, is het
begrijpelijk dat vooral in de beginperiode, waarin het onderzoek zich eigenlijk nog
steeds bevindt, over het algemeen meer in de breedte dan in de diepte werd
gewerkt.
Wat de onderzoekgebieden betreft kan een viertal groepen worden onderschei-
den. Allereerst de vooral in het kader van het onderwijs plaatsvindende regionale
studies van diverse hydrologische milieu's in Europa: in Nederland, Noord-Italië,
Zuid-Portugal en Ierland. Zij worden voor een deel ook in samenwerking met
universiteiten of diensten in de betreffende landen uitgevoerd.
Een tweede gebied waarop onderwijs en onderzoek op een bijzondere manier
hand in hand gaan en dat juist van deze vakgroep grote aandacht en inspanning
heeft gevergd, betreft regionale en thematische studies in ontwikkelingslanden,
vooral in Indonesië in het kader van een interuniversitair ontwikkelingssamen-
werkingsproject van NUFFIC met de Gadjah Mada Universiteit van Yogyakarta.
Daarbij zijn enkele Nederlandse maar een groter aantal Indonesische promovendi
betrokken.
Hoezeer overigens het standpunt van de minister dat juist ook de universiteiten
een aandeel hebben te leveren aan het ontwikkelingswerk in de derde wereld van
harte kan worden gedeeld — in volledige overeenstemming met de doelstelling van
de Vrije Universiteit — zijn er twee aspecten haast onlosmakelijk mee verbonden
die voor de aard en voor de diepgang van het eraan verbonden onderzoek pro-
blemen opwerpen. In de eerste plaats dat het ontwikkelingswerk vaak allereerst
antwoord vraagt op zeer concrete problemen die met de fundamentele bestaans-
voorwaarden van de bevolking samenhangen, waardoor het onderzoek uiteraard
sterk op de toepassing gericht zal zijn. In de tweede plaats dat de tendens ook hier
eerder in de breedte dan in de diepterichting zal gaan zodat men, mede gezien de
beperkte tijd die vanwege de hoge onderwijslast toch al voor onderzoek beschik-
baar is, voor het moeilijke dilemma komt te staan óf op hoog niveau fundamenteel
onderzoek te doen dat mogelijk pas op langere termijn eerst zijn vruchten zal
afwerpen, óf althans een deel van de schaarse onderzoektijd te gebruiken in het
kader van ontwikkelingshulp op lager niveau maar met zichtbare en dankbare
resultaten op korte termijn.
Een derde groep betreft thematische studies, hoewel regionale aspecten hierin
vaak niet ontbreken. Tot dergelijke thematische studies behoren die op de gebie-
den van de kwaliteit van het water, de grondwaterbevveging en bijvoorbeeld de
samenhang tussen atmosferische processen en afvoergedrag van stroomgebieden.
Met deze thema's is duidelijk het grote belang van deze studies aangegeven, gezien
de vele zorgen om het water — ook als milieufactor — juist ook in Nederland zelf.
Er zijn hier vele mogelijkheden voor onderzoek en er is ook dringend behoefte
aan. Deze behoefte maakt dit onderzoek typisch maatschappelijk relevant. Met
319
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's