Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 106
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
gehandeld buiten de vastgestelde bezoekuren. Waarschijnlijk had ik door
enkele belangstellende bezoeken de aandacht getrokken en zo werd ik met
ingang van mijn derde studiejaar tot ,adjunct-bibliothecaris' benoemd,
samen met mijn (theologische) jaargenoot Henny Bergema. Ook hij was
een boekenhefhebber en geïnteresseerd in bibliotheekzaken. In het ach-
terhuis hebben wij niet meer geresideerd: de bibliotheek was in de zomer-
vakantie van 1923 overgebracht naar de geheel verbouwde zolderverdie-
ping van het huis Keizersgracht 164 (eens het woonhuis van Abraham
Kuyper), dat een nieuw, plat dak had gekregen, waaraan de daaronder
liggende zoldervloer, om het boekengewicht te kunnen torsen, was opge-
hangen met ijzeren stangen. Veel lege boekenkasten nodigden tot uitbrei-
ding.
In het oude vertrek werden vervolgens drie paar kamers voor het Hos-
pitium getimmerd. Toen de boekenkasten waren verwijderd, werd het
vervallen behangsel daarachter zichtbaar. Opschriften in forse gotische
letters rondom langs de bovenrand, waarvan de weinige, tevoren niet
bedekte delen al lang mijn nieuwsgierigheid hadden gewekt, waren nu
geheel te zien. Alleen op één plaats was een stuk afgescheurd. Het waren
enkele spreuken in het Latijn:
DISCE CHRISTO VIVERE, DISCE MORI
FAC PROPRIA EER PACEM
PROFICERE STUDIIS ET DEFICERE MORIBUS NON EST PROFICERE SED DE-
FICERE.
FIDE DEO, DIFFIDE TIBI.
De derde spreuk miste helaas de aanhef, verdwenen met het afgescheurde
stuk behangsel. De verklaring van de aanwezigheid van die opschriften
hoorde ik van een oudere student — of afgestudeerde — „heel vroeger" was
daar een conversatiezaal voor de studenten geweest. Behartigenswaardige
vermaningen, ongetwijfeld. Maar de auteur van die spreuken werd ik niet
gewaar en nog steeds is die mij onbekend gebleven.
In de nieuwe bibliotheekruimte kwam langzamerhand meer bezoek, ook
al door de ruimere openstelHng: maandag tot vrijdag van 2 tot 5 uur.
Bergema en ik verdeelden de zittingsuren zo, dat wij beiden regelmatig
onze colleges konden volgen; — het volgende jaar liepen we al geen colle-
ges meer. De in de vakantiemaanden ontstane achterstand haalden we in
september in door enkele groenen te requireren („op kennismakingsbe-
zoek"), vooral om de aanwinsten onder ons kritisch toezicht te catalogise-
ren.
Eens per jaar werden al te lang uitgeleende boeken opgevraagd. Niet
altijd met succes: sommige briefkaarten kwamen terug als onbestelbaar, —
zo b.v. die aan een vroegere student uit Zuid-Afrika, die gewoond had in
een al jaren opgeheven Z.-Afrikaans tehuis; Faber kende dat adres nog
wel. Afschrijven dan maar. Professor Geesink had enkele boeken al meer
90
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's