Wetenschap en rekenschap - pagina 66
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J VEENHOF
niet alleen onze Schepper maar ook onze Vader is7' Geesink's breed opgezette
ontwerp van een gereformeerde ethiek wordt daardoor gekenmerkt, dat het èn
aan de bijbelse èn aan de wijsgerig-antropologische gezichtspunten recht wil doen.
Opmerkelijk is overigens dat Geesink, hoeveel waarde hij ook hechtte aan een
systeem, zijn eigen systeem niet verabsoluteerde. De docenten van de V.U., zo zegt
hij in 1904, zijn gebonden aan een dogmatische grondslag maar niet aan een
systeem, ook niet aan het stelsel van levensbeschouwing, dat de ethiek is. Doelend
op het ,,systeem", waarmee hij zelf bezig was, merkte Geesink op: ,,ik weet, dat
wanneer de samensteller haar eenmaal zal hebben gepubliceerd, de toekomstige
professoren of lectoren aan dit zijn systeem zeker nooit vooraf zullen worden
gebonden.""
Toen Kuyper in 1901 minister werd, droeg hij — het woord is niet te sterk! —
Geesink op in zijn plaats de hoofdartikelen in „De Heraut" te schrijven. Ook het
onderwerp reikte Kuyper hem aan. Hij zou moeten schrijven ,,van 's Heeren
Ordinantiën" voor de natuurlijke en zedelijke wereldorde. Daarbij ging het erom
de levens- en wereldbeschouwing van het gereformeerde volk te verdiepen en te
versterken. De artikelen werden naderhand gebundeld — vier forse boekdelen,
gevuld met velerlei informatie en oriëntatie op allerlei terreinen van denken en
leven."
Toen Kuyper zelf weer de zorg voor de hoofdartikelen op zich nam, ging Geesink
in ,,De Heraut" de recensies schrijven. Zijn aesthetische zin kon zich daarin geheel
uitleven. De recensies, die hij leverde, groeiden vaak uit tot complete litteraire
kritieken, die in brede kring gelezen werden, óók vanwege de fijne humor,
waarmee Geesink zijn beschouwingen kruidde. Tot op vandaag zijn zijn humor en
slagvaardigheid spreekwoordelijk gebleven. Geesink heeft, hoewel hij in origina-
liteit door Kuyper en in geleerdheid door Bavinck werd overtroffen, door de eigen
stijl van zijn werken en optreden meer dan drie decennia lang een stempel op de
faculteit gezet.
Voor deze periode als geheel is opvallend de grote belangstelling voor kerkge-
schiedenis. Rutgers wist diverse studenten te stimuleren tot het bewerken van
gedegen proefschriften, die alle over de bloeiperiode van het nederlands calvinis-
me handelen.'" De drijfveer achter deze keuze is duidelijk: in de historie zocht men
de inspiratiebron en het normatieve model voor de verwerkelijking van het streven
om in de eigen tijd de gereformeerde kerken op te bouwen en sterk te maken.
Interessant zijn in dit opzicht de dissertaties van de beide zonen van Kuyper,
H.H. Kuyper zocht in zijn in 1891 verschenen voortreffelijke studie over de
opleiding tot de dienst des Woords bij de gereformeerden het bewijs te leveren, dat
de gereformeerden op principiële gronden voor deze opleiding de universiteit
verkozen." De strekking van het betoog bevat een kritische spits in de richting van
de christelijke gereformeerden, die pleitten voor het recht en belang van een eigen
school der kerken.
Zijn broer, A. Kuyper jr. wijdde in 1899 zijn proefschrift aan Maccovius en hij prees
62
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's